31 maart 2009

Cheers mate!

Dag 82: Adelaide
's Ochtends loopt Erica in het heerlijke zonnetje (wat gaan we dit missen) naar de receptie om voor morgen een tripje te boeken. Er staat trouwens ook een wind waar menig surfhart sneller van gaat kloppen. Rik leeft zich weer uit op een ontbijtje voor 2 in de camp kitchen, waar hij tips en trucs uitwisselt met de buurvrouw van drie tenten verder. We leren hoe we 'toad in a hole' moeten maken. Met een glas maak je een rond gat in een boterham, die leg je op de bbq en in het gat sla je een ei stuk. Wauw: eggs and toast in 1! Culinaire hoogstandjes op de camping ;-)

Vlak voordat we in de auto willen stappen om af te reizen naar Middleton, gaat de telefoon. Het is de surfjuf die helaas moet melden dat het te hard waait om kneuzen als wij met een plank de zee op te sturen. Teleurgesteld, maar stiekem ook een beetje opgelucht stappen we toch in de auto. We rijden naar de Clare Valley en naar Freeling. Dit dorpje is het decor van de televisieserie McLeod's Daughters. Zelf kijken we hier eigenlijk nooit naar, maar Erica's moeder is een groot fan. Daarom maken we speciaal voor haar foto's van het kerkje, de truck stop én het Gungallon Hotel. Bij het hotel (=kroeg) maken we een praatje met de barjuffrouw, die verder niets met de serie te maken heeft, maar die best even een ansichtkaartje wil signeren. Als dank kopen we nóg een wijntje én een McLeod's Daughters theelepeltje.

Het is inmiddels een uur of vijf en in de kroeg wordt het steeds drukker. Veel locals gan uit hun werk een biertje drinken en in de meeste Australische pubs kun je (net als in Engeland) voor weinig een maaltijd krijgen. Ideaal: een natje, een droogje, samen met je buren commentaar leveren op het nieuws en je favoriete soap (meestal Neighbours) en dan naar huis, waar je alsnog op een christelijke tijd in bed ligt.

Op de terugweg rijden we nog even langs de McDonalds om de mail te checken en even te chatten met het thuisfront en dan zoeken we lekker onze slaapzak op.

Dag 83: Adelaide
Vandaag gaan we wijn proeven in McLaren Vale. We worden om 9.00 uur bij de camping opgehaald door tourguide Ian: een gezellige local die meteen wil weten of we bij de eerste stop cake of cheese bij de koffie of thee willen. Kaas bij de koffie lijkt ons geen heel smakelijk ontbijt, dus we gaan voor de cake. Nu maar hopen dat dat een goede bodem is. We bezoeken namelijk maarliefst 5 wijngaarden!

We zijn niet de enigen aan boord. Wijnproeven doen we vandaag samen met Julie en Jack, die net als Ian uit Adelaide komen. In het zonnetje met een cappuccino en een muffin maken we nader kennis. Julie werkt bij een uitzendbureau. Zij moest verplicht vrije dagen opnemen in verband met de economische malaise. Jack werkt in de haven van Adelaide bij een bedrijf dat cement maakt. Een gezellig stel. Ian is in Adelaide geboren en getogen, maar heeft in de jaren '80 een tijd als tourguide in Europa gewerkt. Hij was gestationeerd in Engeland en begeleidde uitstapjes naar Nederland, maar ook naar Moskou en Sint Petersburg (of Leningrad toen nog).

Toen de muur nog stond, kon je als reisleider heel handig je salaris aanvullen (of misschien wel verdubbelen) door wat spulletjes mee te nemen die kant op. Ook de baas van de tourmaatschappij maakte gebruik van de situatie. Hij gaf Ian ladingen panties, chocola en champagne mee, die de juffrouw van het benzinestation dankbaar in ontvangst nam in ruil voor wat brandstof. Ian nam dan op bestelling sigaretten en goedkope drank mee terug en verkocht dat thuis met dikke winst door. “Gouden tijden”, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen.

Inmiddels zijn muffin en koffie achter de kiezen en stappen we weer in het minibusje dat ons naar de eerste wijngaard zal brengen. Dat is Fox Creek Wines, waar we van een PR-dame krijgen uitgelegd met hoeveel liefde er hier al heel lang wijn wordt gemaakt van druiven van heel speciale ranken. We krijgen de machines te zien waar de geplukte druifjes in worden geplet (daar komen al heell lang geen voeten meer aan te pas). Ook de centrifuges die de pitjes en velletjes uit de wijn halen passeren de revue, net als de enorme roestvrijstalen tanks waar de sapjes rustig op smaak mogen komen. Voor iedere druivensoort een aparte tank, want het eventuele mengen gebeurt eerst op kleine schaal in een laboratorium voordat ze het in het echie ook gaan proberen. Vervolgens komen in een ruimte waar grote vaten staan. Hier kan de wijn rijpen op hout. En ook het uitzoeken van een geschikt vat voor het brouwsel van de wijnmaker luistert nauw. Kies je Frans of toch gewoon eikenhout? En hoe lang laat je het in het vat zitten? Kortom, een leerzaam tripje.

En dan is het eindelijk zover: proeven! Van de grote loods rijden we naar een schattig boerderijtje waar we de Fox Creek Wines mogen proberen. Zeer smakelijk zijn vooral de Reserve Shiraz uit 2007 van de oudste ranken van de wijngaard en de Sparkling Shiraz (een soort cassis in een mooie fles). We besluiten nog niets te kopen, maar het adres te noteren, want we weten nu natuurlijk nog niet zeker of dit de lekkerste wijn is.

Vervolgens bezoeken we The Olive Grove een olijvenplantage, waar ze heerlijke olijfolie en tapenades verkopen. Die mogen ook allemaal worden geproefd. De tapenade met chilipepers is onze favoriet en daar nemen we een bakje van mee. Vervolgens weer aan de wijn bij Hugo Wines. De mevrouw hier doet een beetje uit de hoogte tegen ons, de wijnkneuzen. Misschien snappen we de complexiteit van de wijnen hier ook niet helemaal, want we vinden ze een stuk minder lekker.

Dan op naar de volgende wijnboer: Woodstock Winery, waar we na een wijntje of 5 toch aardig licht in ons hoofd worden. Het meisje achter de bar heeft wel gezegd dat ze het helemaal niet erg vindt als je je glaasje leeggooit in de zilveren emmers die er staan, maar we zijn blijkbaar allemaal zo goed opgevoed dat we dat niet doen. De wijntjes smaken ook prima, dus waarom zou je? Gelukkig begint het nu tijd te worden voor de lunch in het aangrenzende restaurant. Heerlijke schalen met eten staan voor ons klaar en zo worden we weer een beetje nuchterder.

Tijdens de lunch vertelt tourguide Ian ons over zijn passie: hij heeft een eigen bedrijfje dat van die metalen naamlabels maakt die militairen om hun nek hebben hangen. Via internet bestellen mensen hun eigen ID-tag met tekst naar keuze, hij maakt ze en stuurt ze op. Hij heeft een vaste klant die er soms op laat zetten dat hij voor Scotland Yard werkt, dan weer dat hij piloot is en laatst heeft hij ze besteld met 'chirurg' erop. Doet het goed bij de vrouwtjes, zegt 'ie. Nu doet Ian dit nog drie dagen in de week, maar hij droomt ervan om er ooit zijn brood mee te gaan verdienen.

Na de lunch moeten we een eind rijden naar de Aidelaide Hills, waar de volgende wijnerij zit. Onderweg is het verdacht stil in de bus. Het is 14.30 uur en 4 man zit zijn roes uit te slapen ;-) Bij Bridgewater Mill moeten we weer aan de bak. Dit is weer zo'n highbrow-tent, waar we ons allemaal toch niet helemaal op ons gemak voelen. Dus we slaan uit beleefdheid een paar glaasjes achterover en maken ons weer snel uit de voeten.

Onderweg naar de laatste wijnboer (Arranmore Vineyard) vertelt Ian over de praktische problemen die de droogte met zich meebrengt. Je krijgt bijvoorbeeld een boete als je wordt betrapt terwijl je je tuin aan het besproeien bent. Nou, nou, dan maar geen groen veldje voor je deur, dachten wij meteen. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Als de grond om je huis uitdroogt, gaat je huis namelijk verzakken en krijg je scheuren in de muren. De kosten voor reparatie zijn meestal vele malen hoger dan die boete, dus wat doe je dan. Ian heeft nog een extra probleem. Hij heeft een eucalyptusboom in zijn tuin. Die bomen zijn zo gewend aan het leven op een droge bodem dat ze meester zijn in het zoeken naar water. Hun wortels groeien tot bizarre lengtes om bij vocht te komen. Het gevolg: de wortels van Ians boom hebben zich inmiddels een weg naar zijn leidingen weten te banen en slagen er zelfs in om tot in die leidingen door te dringen. Er moet dan weer een dure loodgieter aan te pas komen om dat op te lossen.

We nemen een beetje beteuterd kennis van deze keerzijde van wonen in Adelaide. De afgelopen dagen hebben we stiekem een paar keer gefantaseerd over een leven hier. Het is namelijk wel een heel sfeervolle stad met een mooi strand en midden in de natuur...

We komen aan bij de laatste proeverij van vandaag: de boerderij waar John ... wijnen maakt op heel kleine schaal. John is een gemoedelijke zeventiger die zichtbaar verheugd is door ons bezoek. Vol trots ontvangt hij ons op zijn idyllische boerderij in de heuvels en vertelt hij over hoe hij hier te werk gaat. De wijnen zijn okay (we hebben vandaag zeker betere gedronken), maar omdat we John in ons hart hebben gesloten kopen we hier een paar flessen, voordat we weer in de bus stappen.

Onderweg naar huis wordt de dag perfect afgesloten. We zien namelijk een wilde koala die in een boom op de heuvel heerlijk relaxed van het uitzicht over Adelaide geniet. Wauw! Terug op de camping eten we toast met tapenade en drinken we Johns wijn. We liggen belachelijk vroeg beschonken onder de wol. Waarschijnlijk tot groot ongenoegen van onze buren die ons moeten hebben horen snurken.

Ik heb trouwens nog helemaal niet verteld over onze buren. Een gezellig stel uit Gosford (zo'n 100 kilometer ten noorden van Sydney, zie Rik en Erica in Australië deel I ;-)). Helemaal weg van wielrennen en nog wegger van Lance Armstrong. Althans, de eerste paar dagen. Toen bleek dat Lance niet zomaar aan iedereen een handtekening wilde geven, zelfs niet als je er al heel lang op wachtte, was de liefde even over. Maar: eind goed, al goed. Vandaag is dan toch eindelijk de lang verwachtte krabbel gescoord en is Lance weer een held.

Dag 84: Adelaide -> Broken Hill
Vandaag verlaten we Adelaide en begint het einde van onze reis toch wel heel erg dichtbij te komen. Mijmering van Erica: ik hou van dit land, maar hou ik niet veel meer van reizen? Zouden we hier ook gelukkig zijn als we een drukke baan, een duur huis, geen vrienden en geen familie in de buurt zouden hebben? Smash Mouth zong het al: 'You never know if you don't go'

(En gisteren, 26 maart inmiddels, in Zóóó 30 heb ik geleerd dat Australië mijn A1 locatie is en dat ik mijn leven als slap aftreksel zie van 'what could be'. Dertigerdilemmadeskundige Nienke Wynands zegt ook al dat ik nou eens een knoop moet doorhakken. Eerst dat reisverslag af, denk ik de hele tijd. Hoezo uitstelgedrag.)

En over uitstelgedrag gesproken: we kunnen Adelaide maar moeilijk achter ons laten, dus we stellen het vertrek nog even uit door naar McLaren Vale te rijden om toch maar twee flessen Fox Creek Wine te kopen. Geen slechte move, want daar aangekomen, blijken Lance en zijn fietsvrienden vandaag ook door het dorpje te komen. Drie keer zelfs! Dus we parkeren de auto in de berm, halen de klapstoelen uit de kofferbak en nemen we als volleerd wielrenwedstrijdkijkers plaats aan de kant van de weg! Met de camera in de aanslag wachten we op wat komen gaat...

En dat is redelijk spectaculair allemaal; eerst politiemotoren met sirene's. Dan nog eens politiemotoren met sirene's, dan auto's met levensgrote wielrenners er bovenop. Dan weer politiemotoren met sirene's. Dan een politieagent op een motor die hele geinige geluidjes met zijn sirene kan maken en daar zichtbaar van geniet. Dan weer serieuze politiemotoren en dan, eindelijk: de koplopers! Zou Lance hierbij hebben gezeten? We hebben geen idee, maar we hebben evengoed heel hard geklapt. Daarna veel auto's met fietsen erop en motoren met camaramannen. Toen een helikopter en het peloton. Wat een fietsers! En we hebben ze allemaal op de foto, dus ook Lance. Missie geslaagd, stoelen opklappen en wegwezen.

Door al dit oponthoud zijn we veel te laat, maar gelukkig nog net voor het donker (dit in verband met actief wordende kangoeroes, of had ik dat al een keer gezegd?) in Broken Hill. Jawel, Broken Hill. Van de Flying Doctors. Echt weer zo'n nederzetting in de woestijn, maar nog wel redelijk groot. We besluiten niet te kiezen voor de camping naast de begraafplaats, maar voor een leuk hostelletje in het centrum van het stadje. De uitbaatster vind het allemaal erg gezellig. Ze is al aardig in de olie, want ze zit gezellig met haar familie aan de rand van het zwembad om te vieren dat het lange Australia Day Weekend is begonnen. Ze geeft ons eerst de verkeerde kamer en dan komt ze terug met de verkeerde sleutel, terwijl ze al twee keer heeft verteld dat ze zich zo'n zorgen maakt om haar vriendin die ook al met wat borreltjes op in de auto is gestapt om 400 kilometer naar huis te rijden...

We nemen op de kamer een heerlijk wijntje en lopen dan naar het stadje om een hapje te gaan eten bij een Italiaans restaurant. Het enige restaurant dat nog open is. En het is toch echt pas 20.00 uur. Het eten is heerlijk en lichtelijk tipsy lopen we terug naar ons hostel door de warme, verlate straten van Broken Hill.

Dag 85: Broken Hill
Broken Hill, waar kennen we die naam ook alweer van? Juist. Hier komen de Flying Docters vandaan. Dus vandaag brengen we een bezoekje aan het museum dat ter ere van hen is opgericht. Dachten we. Als we het eenmaal hebben gevonden (buiten de stad in een hangar op het kleine vliegveldje), blijkt dat het de komende maanden dicht is, vanwege een grote verbouwing. Hmmm.

Wat kun je nog meer op een zondag in Broken Hill? Een bezoekje aan de mijn dan maar? Jammer de bammer, ook gesloten. Koffie in een sjiek uitziende tent bovenop de mijnschacht? Nope, tot medio maart gesloten. Wanhopig bezoeken we de VVV om te vragen wat er dan wel open is. Misschien het atelier van kunstenaar Jack Absolom? Dat was een tip van wijnboer John. Maar de vriendelijke VVV-mevrouw schudt haar hoofd. “Hij houdt een 'winterslaap' van december tot en met februari. Het atelier van Pro Hart is wel open. Broken Hill is namelijk niet alleen bekend vanwege de vliegende artsen, maar ook vanwege een aantal beroemde beeldend kunstenaars.

Opgelucht dat er toch nog iets te doen is, rijden we naar het oude uitgebouwde woonhuis van de inmiddels overleden kunstenaar, dat nu dienst doet als museum. In de tuin staan een stuk of 5 oldtimers, waaronder 1 volledig beschilderde Rolls Royce. Ieder stukje metaal is gebruikt om schilderingen te maken van scènes uit het dagelijks leven hier in Broken Hill. We begeven ons naar de voordeur van het huis, waar we een kaartje kopen bij de vrouw van Pro (short for professor, zo werd hij genoemd omdat hij overal over kon meepraten). We zijn vooralsnog de enige bezoekers in het museumpje en we leren al snel dat Pro zich bij het maken van zijn schilderijen liet inspireren door het alledaagse leven in Broken Hill, de inwoners, de wilde dieren en het werken in de mijnen. Iets dat hij zelf ook lang heeft gedaan. Er zitten bijzondere werken tussen en al met al kunnen de schilderijen ons cultuurbarbaren toch nog een uurtje of 2 boeien.

Hoewel nagenoeg alles dus dicht is op deze zondag in Broken Hill, is de supermarkt wel gewoon open. We kopen wat lekker ingrediënten voor een salade en voor Rik Australia Day Burgers: Hamburgers in de vorm van Australië die morgen (=nationale feestdag) op de BBQ kunnen.

13 maart 2009

Do you want to work? Well, do you?

Dag 81: Adelaide
Vandaag moeten we weer eens vroeg uit de veren. Volgens het busschema vertrekt onze bus om 7.00 uur bij de halte voor de uitgang van de camping. En als we daar dan in stappen, zijn we een half uur later op de plaats van bestemming: de jachthaven van Adelaide. Daar ligt een catamaran voor ons klaar. We gaan namelijk dolfijnen zoeken vandaag.

Jammer genoeg had Erica op het verkeerde busschema gekeken. Dit keer waren wij voor de verandering eens een keer op tijd bij de halte. Alleen zou de bus pas 20 minuten later komen. En als we op die bus zouden wachten, misten we zeker de boot. Dus toch maar met de auto. Dat was ons afgeraden omdat het parkeren bij de jachthaven erg prijzig is. Dat blijkt te kloppen, maar achter het dure parkeerterrein vinden we een straatje waar je gewoon gratis kan staan.

Op de boot krijgen we wetsuits. Professioneel als we inmiddels zijn, hebben we zelf onze duikbril meegebracht. Dan krijgen we uitleg van de tourguide van vandaag. Geen idee meer hoe hij heet. Vast Dave. Dave heeft hip haar en is natuurlijk enorm bruin. Hij staat namelijk elke dag op het dek van de catamaran op de uitkijk naar dolfijnen. Nog voor we de haven uit zijn, hebben we er al 2 gezien (helaas, pindakaas, daar gaat de eventuele refund die ons is beloofd als we vandaag geen flipper look-a-likes tegen zouden komen).

De bedoeling is dat, wanneer Dave of een ander crewlid een kudde dolfijnen ziet (het zijn tenslotte zoogdieren), alle aanwezigen op de boot met een noodgang via het achterdek te water gaan en aan de lijnen gaan hangen die ze achter aan de boot hebben vast gemaakt. Wel opletten dat je niet de middelste lijn vastpakt, want daar staat spanning op. De elektrische pulsen die van die lijn afkomen zijn bedoeld om de haaien uit de buurt te houden. Niet geheel onbelangrijk.

Na vijf minuten is het al zover. “Swimmers get ready”, galmt het over de boot. En inderdaad: in de verte zien we vinnen boven het water uitsteken. “Swimmers in! Swimmers in!”, de paniek die is uitgebroken op de catamaran doet een beetje aan 'Titanic, the movie' denken. Alleen wil nu iedereen zo snel mogelijk het water in, in plaats van de reddingssloepen. De zee die er toch echt heel tropisch uitziet, blijkt qua temperatuur zuidpoolambities te hebben. Koud! Tot overmaat van ramp zijn de dolfijnen niet erg geïnteresseerd in 20 toeristen in wetsuit die worden voortgetrokken door een grote zeilboot. Ze zwemmen een compleet andere kant op en even later staat iedereen een tikkie gedesillusioneerd weer aan boord. Deze oefening herhaalt zich de komende drie uur nog een keer of 6, maar steeds hebben we niet erg veel succes. Gelukkig kunnen we tussendoor lekker chillen in het zonnetje.



Wat trouwens wel naar is: na een tijdje op de boot moet je op een gegeven moment toch plassen. Nu is het aan- en uittrekken van een wetsuit een kunst op zich, zeker als je een nat pak hebt. Eigenlijk wil je dus helemaal niet naar de wc, maar ook plassen in je rubberen tenue is geen optie. Op een gegeven moment houd je het natuurlijk écht niet meer en zit er niets anders op dan je benedendeks te begeven en in een hokje van 1 bij 1 het gevecht met het wetsuit aan te gaan. Alsof je het daar al niet warm genoeg van krijgt, zit je met gespitste oren te luisteren of je Dave niet toevallig 'Swimmers get ready' hoort roepen. Lekker op je gemak zit je dus niet.

Goed. Op de boot zitten verder onder meer 4 Amerikanen die voor 2 weken op vakantie zijn in Australië (weekje Adelaide bij vrienden, weekje Sydney). Zonde van het geld, als je het mij vraagt. Ze zijn ook best verbaasd dat Australië zo groot is. Ja, haha, niet alles is 'bigger in the States'!

Verder aan boord: een Australisch gezinnetje dat een dagje uit is. Het is hier tenslotte zomervakantie. De vrouw blijkt ook hardloopster. Al durft Erica zichzelf na 2 keer rennen in de afgelopen 2, 5 maand niet meer zo te noemen. Haar excuus is steeds: Australië is geen land om hard in te lopen. Daarom voelt ze zich helemaal een mietje als de vrouw vertelt dat ze een paar weken geleden heeft meegedaan met de Adelaide Hills Run. 's Ochtends vroeg beginnen in de stad en dan hollen naar de hoogste top in de heuvels die Adelaide omringen. 30 kilometer! Op het heetst van de dag! Respect voor haar.

De trip zit er bijna op en we koersen alweer naar de jachthaven van Adelaide als we Dave weer opgewonden horen schallen: “Swimmers get ready”. Iedereen is inmiddels wat cynisch en de gang naar het achterdek neemt dus wat meer tijd in beslag dan de vorige zes keer. Bovendien besluit de helft van de aanwezigen aan boord te blijven. Erica niet. Die houdt de moed erin en ligt even later weer te water. De kudde dolfijnen die hier dicht bij de bewoonde wereld woont, is waarschjnljk wat meer gewend aan het toch ritueel. Ze komen gezellig aan de zijkant van de boot zwemmen en we kunnen ze onder water ook goed bekijken. Er zijn zelfs jonkies bij! Typisch gevalletje 'de aanhouder wint'. Dus gaan we alsnog allemaal moe maar tevreden van boord.

's Middags zoeken we in de stad naar een surfschool, want we hebben ineens bedacht dat we ook wel willen leren surfen. Eerst lopen we een soort reisbureautje binnnen dat zich heeft gespecialiseerd in tourtjes in de omgeving. 'We want to learn to surf', steekt Erica van wal. 'Do you want to work?', zegt de mevrouw achter de balie. Erica probeert het nog een keer: 'No, we want to learn to surf.' De vrouw kijkt schaapachtig: 'Do you want to work?' Erica: 'No, we want to learn to surf.' De vrouw kijkt nu een beetje bozig: 'Yes, do you want to work?' We willen bijna 'ja' gaan zeggen om van deze rare situatie af te zijn, maar besluiten nog een poging te wagen. Erica maakt een golvend gebaar met haar arm en zegt nog een keer duidelijk: 'surf'. Het kwartje valt. 'Oh! I thought you said serve'. Muts. Ze kan ons ook niet echt helpen en raadt ons aan om op internet te zoeken naar surfscholen in de buurt van Adelaide. Briljant! Dat we daar zelf niet aan gedacht hadden! Ook bij de plaatselijke VVV hebben ze deze vraag nog nooit gehoord, maar de dame op leeftijd achter de balie in het paviljoen op de winkelstraat loopt samen met ons de yellow pages door en noteert alle telefoonnummers en adressen. Verder moeten we van haar oppassen voor de haaien en Rik krijgt het advies om zich beter in te smeren, want de blos op zijn wangen is haar iets te rood. Heerlijk die moederlijke bemoeienis zo ver van huis!

We gaan met het lijstje van de VVV-mevrouw toch maar even een internetcafé binnen om te zien welke surfschool de beste deal heeft. Uiteindelijk vinden we er 1 waar we morgenmiddag terecht kunnen voor een les van 3 uur. De surfdude aan de andere kant van de telefoon kan niets beloven, maar de meeste mensen kunnen dan wel heel even op de plank staan. We zijn benieuwd...

11 maart 2009

De reis is pas voorbij als het verslag is geschreven ;-)

Dag 75: Lakes Entrance -> Wye River
Het is druk op de Great Ocean Road: een populaire toeristische route langs de ruige kustlijn van Victoria. Dat het piekseizoen is, merken we als we willen stoppen in Lorne. Hier vragen ze maar liefst 50 dollar voor een campingplek! Dat vindt Rik van de zotten en we rijden door. We bellen alvast naar het volgende stadje, maar daar is alles al vol. Uiteindelijk belanden we op een camping waar het er uitziet als Lowlands, maar waar gelukkig nog een plekje voor ons is. Schade: 60 dollar...

De camping ligt direct aan zee, die geholpen door de harde wind met grote golven het land bestormt. Die wind bemoeilijkt het koken op ons gastoestelletje (een campkitchen is niet bij de prijs inbegrepen) en het is bovendien aardig fris. De avondwandeling langs de branding is dus maar van korte duur en we zoeken snel de relatieve warmte van onze tent op. Rik is trouwens snip-, maar dan ook echt snipverkouden geworden van het heen en weer gereis. Ook een beetje koortsig, maar zelfs zijn warme lichaam kan mijn voeten niet op temperatuur brengen. En ik maar denken dat het in Australië altijd warm is...

Dag 76: Wye River -> Kingston
We moeten opschieten met het inpakken van de tent, want de lucht ziet er nogal dreigend uit. Gelukkig zijn we inmiddels flink bedreven in het snel opdoeken van onze slaapplaats. Net als we de hele boel neerhalen, begint het inderdaad te spetteren. Netjes oprollen is er vandaag dus niet bij. We smijten binnen- en buitentent rap in de kofferbak en maken ons uit de voeten.

De wolkenpartijen boven de toch al indrukwekkende uitzichten die we langs de Great Ocean Road tegenkomen, zorgen voor mooie plaatjes. We stoppen onderweg nog even om de 12 apostelen (of hoeveel het er vandaag de dag nog zijn) te bewonderen. Dat is een rotsformatie in het water, ontstaan doordat de zee stukken land kapotslaat. Dan blijft er op een gegeven moment alleen een pilaar in zee staan, totdat ook die capituleert door de kracht van het water. Ooit stonden er hier dus 12, maar inmiddels zijn er al 4 bezweken.

In het begin van de middag passeren we de grens tussen Victoria en South Australia (SA). Ook hier zijn subtiele verschillen te merken tussen de twee staten: SA lijkt een beetje netter. Dat zie je bijvoorbeeld aan de voortuintjes met mooie hekjes, beter onderhouden huizen en schonere bermen langs de kant van de weg. Misschien is kneuteriger wel het juiste woord. Je merkt wel dat je verder van Canberra en Sydney bent, want de wegen zijn duidelijk minder goed onderhouden.

We hebben geleerd van eerdere ervaringen en bellen alvast naar Kingston om te zeggen dat we eraan komen

Dag 77: Kingston -> Adelaide
We zeggen Larry the big Lobster (een enorme kreeft langs de weg bij Kingston) weer gedag en we volgen de borden Adelaide.

Terwijl ik vandaag het reisverslag bijwerk, bekruipt me weer het gevoel dat ik steeds heb als ik een reisverslag bij probeer te houden. Op een gegeven moment bereik je een omslagpunt en denk je: “Ja, hallo, hoor eens even, ik ben hier om te genieten en dingen mee te maken en niet om continue te zitten tkken, terwijl ik van alles mis als ik daar mee bezig ben.” Tel daarbij het frusterende idee dat over een week of 2 alles weer voorbij is en voor je het weet zit je in een dip.

Aan de andere kant: ik ben nog nooit zover gekomen met een verslag, dus het zou wel heel zonde zijn om er nu mee te stoppen. Bovendien weet ik dat ik daarmee een aantal mensen thuis ontzettend zou teleurstellen. Dus we schrijven vrolijk verder.

(Inmiddels zijn we een maand verder en zit ik in de stoptrein van Krommenie-Assendelft naar Amsterdam Sloterdijk mijn hersens te pijnigen om te bedenken wat we nou ook alweer allemaal hebben gedaan die laatste dagen. Volgens mij heeft dat uitstelgedrag van mij gewoon een psychologische basis: De reis is pas echt voorbij als het verslag is geschreven. Zou dat ook de reden zijn dat er ergens ver weg op zolder nog een klein rugzakje ligt met nooit uitgepakte spulletjes dat mee terug is gekomen van het jaar Down Under?)

We arriveren in het begin van de middag in Adelaide, waar het hoogseizoen ook goed lijkt te zijn losgebarsten. Onderweg hebben we al een paar campings gebeld, maar er is er maar eentje die een plekje heeft voor ons bescheiden tentje. Probleempje: we kunnen maar 1 nachtje blijven, dan moeten we weer verkassen. Dat was niet de bedoeling, want onze eerste korte ontmoeting met Adelaide vorig jaar beviel zo goed dat we eigenlijk een paar dagen hebben ingeruimd om dit stadje eens goed te verkennen.

We vinden uiteindelijk een camping in Glenelg: 20 minuten rijden van het centrum van de stad en aan het strand. Leuk! We hebben een geïmproviseerde plek, vlak naast de toiletten. Iedereen heeft medelijden met ons in ons kleine tentje op die plek pal in het zonnetje, maar wij vinden het allemaal wel meevallen. Ieder nadeel heeft immers zijn voordeel: als we midden in de nacht een plasje moeten plegen, kunnen we ons bijna slaapwandelend redden.

Koken in een drukke campkitchen, waar vooral veel kinderen heen en weer scheuren op van die aluminium stepjes. 's Avonds pakken we de auto naar de stad om Adelaide by night te verkennen. We ontdekken dat morgen de Tour Down Under van start gaat, waar Lance Armstrong zijn comeback maakt. Iedereen is in de ban van Lancemania.

Dag 78: Adelaide
Het pruillipje van Erica sorteert het gewenste effect bij de receptioniste van de camping: we mogen nog 2 nachtjes op onze onofficiële plek blijven staan! Dat vieren we met koffie in een leuk tentje aan het strand van Glenelg. Het is zondag, het is zonnig en we kunnen toch gewoon voor de deur parkeren. We bestellen cappuccino en de lekkerste skim-vanilla-latte ever en een grote kan water. Vervolgens gaan we allebei heel interessant een andere Australische zondagskrant zitten doorbladeren. Een bekend deuntje schiet door mijn hoofd: 'Ja, alles, alles kan een mens gelukkig maken: de zon die schijnt, een goeie bak koffie en een leeg hoofd.'

De rest van de dag doen we niet veel meer dan genieten van het heerlijke weer, de mooie mensen en elkaar. Getver, dat klinkt wel klef als je het zo opschrijft. Goed, vooruit, samen de boodschappen doen wil nog wel eens tot een onvertogen woord leiden. En we zijn ook niet echt heel erg blij als we nét te laat in de stad zijn voor de finish van de eerste etappe van de Tour Down Under. Wel pakken we nog net de huldiging van Robbie McEwan mee, die dus blijkbaar heeft gewonnen vandaag.

We sluiten de dag ongeveer af zoals we hem begonnen: met een drankje op het strand. Alleen zit er nu iets sterkers in de glazen ;-)

Dag 79: Adelaide
Het wordt alleen maar beter, want vandaag mogen we zelfs uitslapen. We hoeven namelijk niet op tijd uit te checken of onze boeking te verlengen. Pas om 9.30 uur branden we de tent uit en begeven we ons naar de campkitchen om samen met de Australiërs bacon, sausages en eggs op de BBQ te gooien voor het ontbijt. Wie nu begint te kokhalzen moet dit echt eens met zijn brakke hoofd op een zondagmorgen proberen. Barbecue en bruistabletten: goeie kater die daar tegen opgewassen is.

's Middags gaan we naar Hahndorf. Het klinkt net of dat een heel eind rijden is, maar dat valt mee. Het is een plaatsje in de Adelaide Hills, waar aan het eind van de 19e eeuw Duitse immigranten vrijheid (voornamelijk van godsdienst) zochten en vonden. Hier zie je dus typisch Duitse huisjes en je kunt er brat-, bock en knackwurst eten. Grappig, maar niet eentje voor op de 'have got to see before you die'-lijst.

Dag 80: Adelaide
Een rustig dagje. We hebben besloten dat we nog even op deze camping blijven. We rijden een rondje over de Fleurlieu Peninsula, waar we met eigen ogen kunnen zien hoeveel last Adelaide heeft van de droogte. Toch zijn de heuvels die de stad omringen grotendeels groen. Dat komt door de vele wijngaarden. Alleen de landerijen van boerderijen die vee houden zijn dor en droog. De meeste boeren hebben een dam op hun erf, die op een paar druppels na leeg is.

20 januari 2009

Het vluggertje van de doedelzakspeler

Dag 71: Sydney (Newtown); de laatste dag zonder Rik
Vandaag komt het er dan eindelijk van: ik ga daadwerkelijk mijn bed uit als mijn wekker om 7.00 uur gaat en even later ren ik door de hoofdstraat van Newtown richting Sydney Park. Ik kan je verzekeren dat 2,5 maand niet hardlopen je conditie niet bepaald ten goede komt. Het kost me aardig wat moeite allemaal, maar dat kan natuurlijk ook met de temperatuur en het heuvelachtige landschap te maken hebben. Als achteraf blijkt dat ik het ondanks alles een uur heb volgehouden ben ik best een beetje trots en heb ik stille hoop dat het goed komt met mijn voornemen om eind maart de circuitrun in Zandvoort weer te gaan lopen.

Thuis snel douchen, een wasje draaien en de spullen van de slaapzaal naar een luxe tweepersoonskamer verhuizen. Dan met de bus richting Circular Quay want ik mag weer koppie onder vandaag! Als ik er bijna ben, ontdek ik tot mijn schrik dat ik mijn duikpas vergeten ben. Shit! De man van de duikshop heeft heel nadrukkelijk gezegd dat ik die wel nodig heb. Dus ik durf het er niet op te wagen om zonder pas te gaan. Maar als ik helemaal met de bus terug moet naar het hostel en dan weer hierheen, kom ik zeker te laat. Wat nu?

Ik besluit met de metro terug te gaan naar Newtown. Geen tijd voor ontbijt, dus in alle haast prop ik een KitKat naar binnen. Bijna bij het hostel komt er een taxi voorbij rijden. Die hou ik aan en samen halen we mijn duikpas op. Nog een half uur om op de plaats van bestemming te komen. De zwijgzame taxichauffeur denkt dat we dat wel gaan halen, maar het hangt allemaal van het verkeer af. Gedurende de rit voel ik iets dat ik al weken niet meer heb gevoeld: stress! Gelukkig glijdt het snel weer van me af als we 10 minuten te vroeg bij de aanlegsteiger van Rose Bay arriveren.

Het weer is schitterend vandaag en het zicht onder water schijnt ook fantastisch te zijn. Dat horen we van de crew als de boot die ons naar de duikplekken brengt is gearriveerd. De zee is rustig en ik heb net op tijd voor alle zekerheid een pilletje ingenomen, dus ook zeeziekte zal vandaag de pret niet bederven.

De eerste plek waar we te water gaan, heet The Blocks. Het is even wennen om geen kleurige koralen te zien als je je hoofd onder water steekt, maar het zien van wederom een haai (!) maakt veel goed. Dit keer heb ik het genoegen om een Wobbegong Shark van dichtbij te bekijken. Het was goed dat de Dive Master hem aanwees, want door zijn camouflageprint valt hij niet echt op. Verder stikt het hier van de nudiebranchs. Na 25 minuten rondkijken op 19 meter diepte is het weer tijd om de boot op te zoeken en ons voor te bereiden op de tweede duik van vandaag.

Even twijfel ik of ik daar nog wel zin in heb. Dat komt, omdat een Australische dame bij het op de boot klimmen wordt aangevallen door een blauwe kwal. Hij ziet zijn kans schoon als ze haar flippers uittrekt en grijpt haar op haar voet, een van de weinige stukjes huid dat niet door een wetsuit wordt beschermd. De beet is niet gevaarlijk, maar wel ontzettend pijnlijk. Het knalblauwe tentakel kleeft nog aan haar voet, waar door de crew onmiddellijk azijn op wordt gegoten. Die tentakels schijnen wel 18 meter lang te kunnen worden. Ik word een beetje bang van het voorval, maar ik besluit toch om de tweede duik gewoon te doen, want:

we gaan naar een andere plek;
beten van de blauwe kwal zijn uiterst zeldzaam; en (voor mij als rasechte Nederlandse misschien wel het allerbelangrijkste argument)
ik heb voor 2 duiken betaald.

En dus lig ik even later weer in het blauwe water te genieten van een bijzonder uitzicht op Sydney totdat alle duikers klaar zijn voor de volgende afdaling. We zijn amper beneden en we worden alweer getrakteerd op een bijzondere ontmoeting. Dit keer met een Sea Dragon, een uit de kluiten gewassen zeepaard. Hij laat ons heel dichtbij komen: wauw!

Terug, snel douchen, want anders ben ik straks nog te laat op het vliegveld
Mijn nieuwe T-shirt aan, speciaal voor de gelegenheid geshopt: I love my boyfriend (awww, lief hè?). Iedereen weet dus meteen wie ik kom ophalen.
En dan na 20 minuutjes wachten komt er een eind aan bijna 5 lange dagen en gaan we lekker uit eten om te vieren dat we weer samen zijn!

Dag 72: Sydney -> Canberra
Rik mag vandaag uitslapen tot 9.50 uur (10.00 uur is uitchecktijd) en dan is het tijd geworden om maar weer eens wat van Australië te gaan zien. We doen nog een ontbijtje in Surry Hills, waar we voor 25 euro ook meteen de tank volgooien. Dan verlaten we Sydney aan de zuidkant van de stad.

We doorkruisen Royal National Park. Mooi is het hier! Ook de kustlijn richting Wollongong is zeer de moeite waard, in tegenstelling tot de rest van de weg naar Canberra. Het landschap is eentonig en het grootste gedeelte van de rit is het bewolkt en grauw.

Gelukkig klaart het steeds meer op naarmate we de hoofdstad van Australië naderen. Als we eenmaal een geweldige camping in bosrijke omgeving op steenworp afstand van de stad hebben gevonden, is de lucht weer blauw. Zoals het hoort, zeg maar ;-)

's Avonds is het echter wel erg koud. Maar goed dat we niet alle warme truien terug naar Nederland hebben gestuurd toen Rik zijn bliksembezoek maakte...

Dag 73: Canberra
Canberra is niet erg groot. Er wonen hier maar 300.000 mensen. Het doet ook een beetje aan als een provinciestadje. Voor degene die dat niet weten: Canberra is speciaal gemaakt, omdat Sydney en Melbourne het niet eens konden worden wie de hoofdstad mocht zijn. Dat vind ik nou weer typisch Australisch: we komen er niet uit, nou, dan maken we toch gewoon een nieuwe hoofdstad!

Canberra ligt ook in een aparte staat: Australia Capital Territory (ACT). En net als bij de meeste staten, kun je het verschil merken. Bij ACT heb ik het idee dat ze hier het goede voorbeeld willen (of moeten) zijn voor de rest van het land. Hier worden tenslotte alle wetten en regels bedacht. Als ze hier dan al niet worden nageleefd...

De stad is ontworpen door een Amerikaan, die zich zo te zien heeft laten inspireren door Parijs en Washington. Het parlementsgebouw ligt op een heuvel aan de ene kant van de stad, het oorlogsmonument ligt aan de andere kant. Vanaf het parlementsgebouw kun je het monument zien liggen als je langs de brede laan kijkt die van het ene gebouw naar het andere loopt (denk aan de Champs Elyssee). Daartussenin liggen een meer en het oude parlementsgebouw en ook de andere brede, groene straten waaieren uit vanaf Capitol Hill.

We besluiten om het nieuwe regeringsgebouw vandaag van binnen te gaan bekijken. Een goede keuze, blijkt later. Als we naar binnen stappen, kunnen we nog net aansluiten bij een gratis rondleiding. De mevrouw die ons door de vertrekken leidt is ontzettend enthousiast. In ieder woord dat ze spreekt, hoor je de liefde voor haar land en voor de politiek. Ze richt zich vooral tot de kinderen in het gezelschap en komt met aansprekende voorbeelden om ze te interesseren voor wat zich binnen deze muren afspeelt. Een genot om naar te luisteren.

En passant leren we waarom dit gebouw niet meteen is neergezet toen de rest van de stad werd gebouwd. Dat was in 1913, dus gelijk met de Eerste Wereldoorlog. Men vond het niet gepast om in tijden van oorlog een enorm gebouw uit de grond te stampen, dus werd een tijdelijk, minder pompeus pand gerealiseerd. Verder vertelt de mevrouw dat het gebouw niet op de heuvel staat, maar dat het een is met de heuvel. Er is zelfs een groot deel van de heuvel afgegraven. De architecten waren namelijk van mening dat de plek waar de regering zetelt niet verheven moest zijn boven het volk.

De ruimtes van het regeringsgebouw verwijzen allemaal naar het Australische landschap en de geschiedenis. Het Australische politieke systeem is (uiteraard) geënt op het Britse systeem, maar ook geïnspireerd door Amerika (want niet iedere staat heeft een even grote stem in de samenstelling van de regering, dat hangt af van het aantal inwoners van de staat). Toen Australië zich had losgemaakt van Engeland, besloten ze een aantal tradities wel in stand te houden. Er is nog steeds een Australische variant van de House of Lords en de House of Commons, maar de kleuren van het interieur van deze kamers werd aangepast. In plaats van groen werd gekozen voor het blauwgroen van de eucalyptusboom en in plaats van rood kwam het roze van de bloesem van een andere boom (sorry, niet goed opgelet). Het schijnt dat de binnenhuisarchitecten stukken schors, bladeren en bloemen naast de stalenboeken hebben gehouden om de kleuren zo goed mogelijk te benaderen.

Na de rondleiding door het parlementsgebouw, nemen we een kijkje aan de andere kant van de stad in het War Memorial. Hier kun je alles te weten komen over de oorlogen waar de Australische en Nieuw Zeelandse krijgsmacht bij betrokken is geweest. Het is groot en we hebben maar anderhalf uur tot sluitingstijd. Veel aandacht is er voor de slag bij Gallipolli (Turkije) uit de Eerste
Wereldoorlog. Ze zeggen dat hier Australië pas echt is ontstaan, omdat het voor het eerst was dat Australiërs (immigranten, oorspronkelijke inwoners en afstammelingen van de eerste Engelse gevangenen) zij aan zij vochten.

Om mensen aan het eind van de dag het museum weer uit te krijgen, hebben ze hier iets slims bedacht. Om kwart voor vijf klinkt door het museum: “Ladies and gentlemen, it is now quarter to five. The War Memorial closes at 5 o'clock. We invite you to come to the entrance for the Closing Ceremony.” Wauw! Dat klinkt spannend, een ceremonie bij een oorlogsmuseum: dat moet wel iets met uniformen van doen hebben. Als de circa 200 bezoekers zich om 5 voor 5 allemaal vol verwachting verzameld hebben bij de ingang, gaan de toegangsdeuren naar het museum dicht en komt een mevrouw (type: schuchtere huisvrouw met uitgezakt permanentje en dito lichaam) met een vel papier en microfoon de binnenplaats op lopen. Het publiek staat op en sommige mensen zetten hun pet af. Het is waarschijnlijk de eerste keer dat de mevrouw op de binnenplaats die praatje moet houden, want ze lijkt aardig zenuwachtig en zelfs voor de zin: 'Ladies and gentlemen, welcome to the closing ceremony' heeft ze haar blaadje nodig. Ze kondigt een doedelzakspeler aan en verlaat de binnenplaats weer.

Je kunt een speld horen vallen, zo hooggespannen zijn de verwachtingen van het publiek. Helemaal achter aan de binnenplaats komt een doedelzakspeler al spelend een trap aflopen. Die trap komt uit op een verhoging. Als hij die heeft bereikt, speelt hij nog een maat of 10 en zijn spel klinkt niet geheel zuiver. Misschien is hij ook wel zenuwachtig. Dan draait hij zich om en begint de trap te beklimmen die naar een andere deur leidt. Als hij door de deur is, is hij klaar met spelen. De deur gaat dicht en de zenuwachtige mevrouw verschijnt weer ten tonele. Ze tuurt gespannen naar haar blaadje en zegt met trillende stem: “Ladies and gentlemen, that's the end of the closing ceremony. Thank you for visiting the War Memorial.”

Het publiek blijft ontgoocheld achter, terwijl de medewerkers van het museum snel naar binnen gaan. De hele ceremonie heeft hooguit 2 minuten in beslag genomen.

Dag 74: Canberra -> Lakes Entrance
Ook vandaag doen we het lekker rustig aan, pas tegen de middag rijden we weg uit Canberra en zetten we koers richting Melbourne. We stranden uiteindelijk in het toeristenplaatsje Lakes Entrance, waar heel Australië vakantie lijkt te vieren. Dat drijft de prijzen voor een staanplaats op de camping dan ook flink op. Maar
liefst 48 dollar zijn we kwijt voor een plekje op een camping waar ze niet eens een knappe campkitchen hebben.

We troosten onszelf daarom met een etentje bij de Mexicaan en ontdekken bij de plaatselijke ijssalon dat ze in Lakes Entrance verrukkelijk (biologische) ijs hebben.

10 januari 2009

De onzekere accountant


Dag 70: Sydney (Newtown); de eennalaatste dag zonder Rik
Nadat ik in het holst van de nacht (okay, 6.00 uur) een uurtje met Rik heb gechat, val ik weer in slaap om pas om 10.30 uur weer wakker te worden. Jammer. Het is nu al te warm om te gaan hardlopen, dus ik duik snel onder de douche en even later wandel ik naar Glebe om de wekelijkse markten te bezoeken. Retail Therapy is helemaal mijn ding, sinds Rik er niet is om me in bedwang te houden. Vandaag trakteer ik mezelf op een boek (want joepie, de zware last van achterlopen met het reisverslag is van mijn schouders) en een allerschattigst jurkje (schade omgerekend 8 euro ;-).

Natuurlijk moet er ook weer worden ontbeten. Ik heb geluk, want op een van de volle terrassen staat net als ik langsloop een man op. Hij stond op het punt om weg te gaan, maar heeft blijkbaar behoefte aan een praatje, want hij bestelt nog een koffie en blijft gewoon zitten. Na de welbekende eerste zinnen over afkomst, reden en duur van verblijf in Australië, wordt ik weer eens getrakteerd op een boeiend levensverhaal (ik schijn het aan te trekken).

David is accountant en heeft zijn kinderjaren doorgebracht in een kindertehuis. Zijn vroegste herinnering is zijn moeder die hem in de steek laat. Waarschijnlijk daarom is hij bang om in de steek gelaten te worden. Momenteel heeft hij een 'relatie' met een Amerikaanse vrouw, die een tijd in Australië woonde, maar nu weer in Amerika zit. Hij is accountant, zei ik al, en dus gewend om alles tot in de kleinste details te analyseren. Dat doet hij ook met hun relatie, want hij heeft een pakket uitgeprinte e-mails bij zich die ze elkaar de afgelopen weken hebben gestuurd. Hij vraagt mij zo nu en dan: wat zou ze hiermee bedoelen? En had ik dit wel zo moeten zeggen?

Daarna krijg ik twee foto's onder mijn neus: een van zijn vriendin en een uit de krant van 1 januari, waarop een man en een vrouw elkaar innig zoenend een gelukkig nieuwjaar wensen op Times Square. Of ik denk dat zij het is. De enige gelijkenis die ik kan zien, is dat de vrouwen op allebei de foto's een pet dragen, dus ik zeg: “Nee, David, dat denk ik niet.” Hij lacht zichtbaar opgelucht: “Dat dacht ik ook al. Bovendien zat zij die dag bij haar dochter in Los Angeles. Ik heb om 16.00 uur 's middags nog een mail gekregen vanaf dat adres. Ze kan natuurlijk nooit in 8 uur naar New York zijn gegaan, een man hebben ontmoet waar ze om 00.00 uur al zo intiem mee zou staan zoenen, toch? Hoezo onzeker en dat op je 60ste. Wel schattig op zich, maar ik voel stiekem medelijden voor zijn vriendin.

Na een uur praten (David) en luisteren (Erica), stappen we allebei maar weer eens op. Ik ga richting stad, want het Sydney Festival (soort Parade) begint vandaag. Ik strijk neer in Hyde Park, waar ik geniet van een geweldig concert van The Sydney Social with the Fentoons Big Band: een beetje Trijntje Oosterhuis meets the Buena Vista Social Club. Voor het podium is een dansvloer, waar wat ingehuurde acteurs aan het stijldansen zijn. Dat werkt aanstekelijk, want binnen mum van tijd is de vloer afgeladen met dansende paartjes van alle leeftijden. Een feestje om naar te kijken en te luisteren.

Eten doe ik vanavond in Circular Quay, met uitzicht op de brug. En dan snel naar huis en slapen. Des te eerder is het morgen. Dan komt mijn vriendje weer terug!

09 januari 2009

Kerst op Rattenest Eiland en meer...

Dag 50: Exmouth -> Denham
Na de kortstondige hereniging met José en Mathieu is het alweer tijd om afscheid te nemen van onze buurtjes. Zij blijven nog een paar dagen in Exmouth en gaan kerst vieren op een van de warmste plaatsen van Australië: Alice Springs. We rijden nog even naar het dorpje voor een goede bak koffie en dan zijn we weer 'on the road'!

Het grootste deel van de route hebben we natuurlijk al eens gezien en dat maakt de rit redelijk saai. Totdat we de afslag Denham hebben genomen en door het Nationale Park rijden. Rode aarde met veel groen en weer (het wordt bijna vervelend) die zee in 3 tinten blauw.

Net als in Exmouth is het erg winderig in Denham, wat de temperatuur heel aangenaam maakt, maar wat niet zo fijn is als je:

  1. een tent moet opzetten; of

  2. een tent moet afbreken.

Reden genoeg om weer eens een stacaravan te betrekken. Ik vind dat echt geweldig, zo'n golfplaten rechthoekig geval met bijpassend jaren '70 interieur. En dan moet er worden gewerkt, want we lopen maar liefst 2 weken achter met het reisverslag. Grappige zin is dat, want op het moment dat ik hem intik, is hij gelukkig niet meer waar...

Dag 51: Denham -> Kalberri
Denham is vlakbij Monkey Mia: een plaatsje dat zijn huidige bestaan heeft te danken aan een groep dolfijnen die iedere ochtend de baai bezoeken. Niet zo vreemd, want ze krijgen iedere ochtend vis van de hordes toeristen die hierheen komen om ze te bewonderen. Ook hier worden de dolfijnen door vrijwilligers en ambtenaren van het natuur- en landschapministerie in de gaten gehouden. Ze letten er sterk op dat ze nooit meer vis krijgen dan 20% van hun dagelijkse behoefte. De dolfijnen moeten dus zelf eten blijven zoeken en worden dus niet te afhankelijk van de mens. Rik en ik mogen allebei een visje aan een dolfijn geven, dus we zijn door het dolle.

Op het strand van Monkey Mia zien we verder enorme pelikanen. Ze zijn zeker een meter hoog en zeer indrukwekkend.

Om de highway weer te bereiken, rijden we terug zoals we gisteren zijn gekomen. Onderweg maken we nu wat meer stops om van het schitterende park te genieten. We genieten van het uitzicht op Denham op wat een van de best gesitueerde terrassen ter wereld moet zijn. Ook stoppen we bij Hamilton Pool om de stromatoliten te bewonderen. Deze zwarte 'rotsjes' in het water zijn de oudste organismen op aarde (zeg maar: onze over-, over-, overgrootouders als je gelooft in evolutie). Je kunt ze maar op twee plekken ter aarde zien. Weer iets dat we van onze 'things-to-do-lijst' kunnen afstrepen.

Na een stuk saaie highway, rijden we door weer een ander National Park naar Kalberri. Er komt geen eind aan al dat moois!

Je raakt snel gewend aan luxe, dus we slapen weer in een stacaravan vannacht. Ook deze is uitgerust met televisie, zodat we ieder kwartier de 'cyclone warning' voorbij zien komen die is afgegeven voor Broome (da's hier gelukkig een heel eind vandaan).

Dag 52: Kalberri -> Perth
We hebben tijd voor 1 uitstapje in Kalberri, voordat we onze weg naar Perth moeten vervolgen. We kiezen voor een bezoek aan een Seahorse Nursery: een zeepaardenkraamkamer (onthouden voor scrabble!). Wij wisten niet precies wat we ons daarbij moesten voorstellen, maar zeepaarden zijn schattige beestjes die we wel eens van dichtbij wilden bekijken.


Eigenlijk hadden de alarmbellen moeten gaan rinkelen bij de slogan: 'breeding sustainable pets'. Je kunt hier zien hoe zeepaardjes worden geboren en klaargestoomd voor een leven in een aquarium ergens ter wereld. De hele cyclus: van pasgeboren zeepaard tot 'klaar voor de export' is te volgen in grote bakken vol met zeepaardjes en stokachtige visjes.

Even later zitten we met gemengde gevoelens in het zeepaardenrestaurant (wees gerust, ze staan niet op de kaart). Rik vindt het geweldig en wil thuis ook zeepaarden en Erica vindt het allemaal een beetje zielig (maar die vindt alles altijd een beetje zielig, moet ik er van Rik bij zetten).

We vervolgen onze weg naar Perth. Onderweg zien we outbackstyle kerstversiering: stropoppen in een kerstmannenpak op de motor, tractor of strobaal. We komen er niet van in de kerstsfeer, maar grappig is het wel.

We hebben van tevoren een plekje gereserveerd op een camping in Perth. Nu moeten we de camping nog zien te vinden en dat is best lastig zonder een kaart waar alle straten van Perth op staan. Terwijl we verdwalen, zien we wel de zon heel mooi onder gaan achter de skyline van Perth. Uiteindelijk vinden we dan toch de camping en zetten we in het donker ons tentje op.

Dag 53: Perth (Kerstavond)
Het is 24 december en dat betekent dat we vandaag boodschappen moeten doen, want de winkels zijn de komende twee dagen gesloten. In het plaatselijke shoppingcentre is het drúkI En dat is wel weer even wennen na al die rustige stadjes van de afgelopen weken.

's Avonds trakteert Rik op een heerlijk etentje. De proeverij van alle toetjes op de kaart is het einde (letterlijk en figuurlijk)! Nog nagenietend slenteren we lichtelijk aangeschoten door de stad. Dan zien we plots een comedy café en dat lijkt ons een mooie afsluiter van deze avond. De MC van Laugh Resort heet Wertzel en hij is misschien wel de beste act van de avond. Erg grappig! Er zijn 2 vrouwelijke stand-up-comedians die ook heel leuk zijn (even generaliseren: meestal zijn de mannen beter). De rest van de mensen die het podium betreden zijn of heel slecht of heel raar (zoals een schreeuwende dichter).

De afsluiter van de avond is Bingo Bango, 2 jongens die er met hun geschminckte gezichten uitzien als sinistere clowns. Zij voeren een toneelstukje op dat tijdens een weekafsluiting op een basisschool zou opvallen omdat het zo slecht was. De avond eindigt met een verloting van twee flessen wijn. Bij binnenkomst heb ik Riks mailadres op een lijst geschreven (krijgt hij mooi alle spam, hahaha) en wat denk je: winnen we ook nog! Het lijkt wel kerstmis...

Dag 54: Perth (1e Kerstdag)
Een ongebruikelijke, maar heel relaxte Eerste Kerstdag. We slapen uit en luieren in het zonnetje bij het zwembad zonder dat we ons druk hoeven maken om het huis dat nog aan kant moet voor de familie arriveert, eten dat uren moet pruttelen of de laatste kerstversiering die opgehangen moet worden.

Het blijft een rare gewaarwording om in je korte broek het douchegebouw binnen te lopen en 'Last Christmas' op de radio te horen. Dan mis je het binnen kneuteren met de familie terwijl het buiten sneeuwt (in je verbeelding kan het allemaal) toch wel een beetje...

Aan het einde van de middag rijden we nog even langs de McDonalds (Macca's voor Australiërs). Niet om te eten, want zelfs de Mac is vandaag dicht, maar om te zien of het gratis internet het wel gewoon doet. Dat blijkt het geval, dus checken we op de parkeerplaats even onze mail en tref ik mijn moeder online, dus dat is wel gezellig. Het verbaast ons trouwens hoeveel auto's de parkeerplaats oprijden om zich ervan te verzekeren dat er echt niets te halen valt. Teleurgesteld na een rondje door de McDrive druipen ze stuk voor stuk af.

Gebakken aardappeltjes met doperwten is wel heel schraal als kerstdiner. Daarom halen we bij de BP een doosje Belgische bonbons. Met de twee gewonnen flessen wijn wordt het dan toch nog een feestmaal.

Dag 55: Rottnest Island (2e Kerstdag)
Tweede kerstdag brengen we door op Rottnest Island, vlak voor de kust van Perth. We zijn niet de enige die dat hadden bedacht, want het blijkt druk met Ozzies die er van een korte vakantie genieten.

De naam Rottnest stamt trouwens af van 'rattennest', zo noemde Willem de Vlamingh het hier. Op Rottnest wonen quokka's (kleine broertjes van de kangoeroe) die Willem waarschijnlijk voor ratten heeft aangezien.

Het eiland is prachtig, maar we hebben iets te weinig tijd om van al dat moois te genieten. We hebben de hele dag haast. Na aankomst begeven we ons eerst naar de bakkerij voor een ontbijtje. Dan moeten we snel naar de bus, want we willen nog even snorkelen. We hebben precies een uur op het strand, zodat we de bus halen die ons de rest van het eiland laat zien. Die bus heeft wat vertraging, zodat we moeten rennen van de halte naar het stationnetje om op tijd in de trein te zitten.

Met die trein gaan we naar het fort op de hoogste berg van het eiland, waar we worden opgewacht door een kwieke vrijwilligster van rond de 75. Mijn blaas staat op knappen, maar ze is onverbiddelijk. We moeten meteen met de rondleiding beginnen, want er is veel te vertellen en we hebben maar weinig tijd. In een noodvaart laat ze ons het fort, het kanon en de onderliggende tunnels zien. Na afloop ren ik snel voor de groep uit richting het stationnetje, zodat ik nu wel 2 minuten op het toilet kan doorbrengen.

Bert de treinmachinist staat alweer in de startblokken om ons terug naar beneden te brengen. En als we daar aankomen, is het alweer tijd om terug naar de boot te gaan. Tip voor degenen die ook wel eens naar Rottnest Island willen: blijf een nachtje en ga niet in het hoogseizoen.

En dan volgt een van de laatste ritjes met onze trouwe vierwieler. We besluiten op de beroemde 'cappucino strip' van Fremantle nog een bakkie te doen. De 'strip' is een winkelstraat waar bijna meer koffietentjes zijn dan stoeptegels en het is er gezellig druk op deze zwoele zomeravond.

Dag 56: Perth
Ongelofelijk hoeveel spullen we eigenlijk met ons meezeulen, vinden we als we bezig zijn de auto uit te mesten. Vandaar dat we, nadat we al die tassen en tasjes in het hostel hebben gedumpt, in de stad op zoek gaan naar een postkantoor om wat warme truien naar huis te sturen. Helaas is de Australia Post op zaterdagmiddag gesloten. We zullen alles morgen dus gewoon weer in onze rugzakken moeten proppen.

Het uur van de waarheid nadert, voor we naar Apollo rijden, trakteren we onze Camry nog op een wasbeurt. Hoewel de kras in onze ogen nu nog meer opvalt dan eerst, wordt die door de mevrouw die de auto inneemt niet gezien. We krijgen onze borg dus keurig terug. Wat een meevaller!

Op onze laatste avond in Perth wandelen we nog rondje door de stad. En we komen tot dezelfde conclusie... Perth is voor herhaling vatbaar.

Dag 57: Perth -> Sydney
Aan de ene kant blij om straks weer in Sydney te zijn en aan de andere kant verdrietig omdat onze reis door West-Australië er nu opzit, stappen we in het vliegtuig. We vliegen weer met Qantas. Welcome aboard, mate, krijg je dan te horen van een stewardess die meestal blond en meestal boven de 40 is. De vriendelijke klap op de schouder ontbreekt, maar had perfect in het plaatje gepast. Ze zijn, zeg maar, wat menselijker dan de prachtige meisjes bij Cathay of Singapore Airlines die zelfs als je ze voor de honderdste keer om pinda's vraagt nog steeds gemeend glimlachen. Het heeft allebei z'n charmes.

De vlucht verloopt voorspoedig en als we bij de bagageband op onze tassen wachten, belt Rik alvast de baas van de camping waar we de komende dagen wonen. We verwachten een pick-up van het vliegveld, maar dat zat er niet in. We moesten maar bellen als we op het station waren, dan kwam hij ons daar halen. No worries, de camping lag ook een flink eind buiten de stad, dus logisch dat hij niet helemaal hierheen komt om ons op te halen, besluiten we.

De treinreis naar Vineyard verloopt minder gesmeerd. Uitgerekend dit weekeinde wordt er aan het spoor gewerkt. We moeten halverwege het traject met al onze spullen (inclusief die warme truien enzo) de trein uit en de bus in. Twee stations verder doen we dezelfde excersitie in omgekeerde volgorde. Na nog eens een half uur in de trein bereiken we dan eindelijk station Vineyard. Tijd om de campingbaas nog maar eens te bellen. Die neemt niet meer op. Shit.

Daar sta je dan met al je bagage in de middle of nowhere. We zitten namelijk écht buiten de stad. Niet in een schattige buitenwijk met mooie huizen en smetteloze straten. Nee, het station ligt aan een weg die niet verlicht is (het is inmiddels pikdonker) en we hebben geen flauw idee of we links of rechts moeten. Op het stationnetje staat nog 1 man. Hij kijkt naar ons en hij ziet eruit alsof hij ze niet allemaal op een rijtje heeft. Terwijl wij discussiëren wat we gaan doen, vraagt hij waar dat accent vandaan komt. Hij blijkt op onze camping te wonen en weet de weg.

We lopen een stukje met hem mee de onverlichte weg langs tot hij zegt dat het wel 45 minuten lopen is en dat er een steile helling op ons pad gaat komen. De hengsels van onze rugzakken branden inmiddels in onze schouders en de losse tassen lijken ook steeds zwaarder te worden. 45 minuten lopen en onderweg een berg beklimmen: dat gaat ons vanavond niet meer lukken. We vragen de man om het nummer van de taxicentrale en bieden hem een rit aan. Dat slaat hij af, hij wenst ons succes en hij vervolgt zijn weg.

Dat succes hadden we volgens hem nodig bij het regelen van een taxi, want die willen hier vaak niet heenkomen, omdat het zo afgelegen is... Vandaag is geen uitzondering, besluiten we na een half uur tevergeefs wachten. We zijn inmiddels weer bij het station en in de verte horen we een trein aankomen. Dat kon wel eens onze laatste kans zijn om vanavond nog terug in de bewoonde wereld te komen.

Even later zitten we dus boos én verdrietig in de trein terug naar de stad. Die blijkt niet verder te gaan dan station Blacktown, dus moeten we weer met al onze spulllen overstappen. Helemaal terug naar het centrum lijkt ons geen goed idee. Waarschijnlijk kunnen we daar nu geen bed vinden midden in het hoogseizoen.

Uiteindelijk belanden we in een Formule 1 Hotel in Parramatta. Daar krijgen we tot overmaat van ramp ook nog een SMS-je van Rik zijn ouders. Zijn oma is in het ziekenhuis opgenomen met longonsteking. Kortom: niet een van de leukste dagen van onze reis.

Dag 58: Sydney (Vineyard)
De volgende dag nemen we een taxi en laten we ons voor de deur van de camping afzetten. Weten we tenminste zeker dat we goed aankomen. We dumpen de spullen in onze stacaravan en vertrekken meteen richting stad, want we zijn verdorie al bijna een dag in Sydney en we hebben de Harbour Bridge nog niet eens gezien.

We stappen uit bij Town Hall en nemen de bus naar Balmain (waar we drie maanden hebben gewoond). Daar lopen we langs Darling Street en komen we erachter dat het Italiaanse restaurant waar Rik heeft gewerkt nu een Turks restaurant is geworden. Balmain is een beetje het Oud-Zuid van Sydney. Er staan geweldige oude huisjes en zowel Rik als ik zouden er heel wat voor over hebben om onze meubeltjes daar in te zetten. Als je heel gelukkig bent, kun je vanuit je slaapkamerraam de skyline van de stad zien, terwijl de sfeer in de wijk ontzettend 'laid back' is. We vervolgen onze weg helemaal naar de Ferry Wharf en daar pakken we de boot naar Darling Harbour.

Tevreden slenteren we nog een tijdje door de drukke straten en 's avonds eten we bij Una's, waar Kurti nog steeds in zijn Lederhosen de gasten begroet.

Met oma gaat het trouwens weer wat beter. De antibiotica lijken goed aan te slaan. Ze is alweer uit bed en ze had zelfs trek in lekkere dingen.

Dag 59: Sydney (Vineyard)
Het leuke aan Sydney is dat je er de hele dag kunt rondlopen en rondkijken, zonder je een moment te vervelen. Dat doen we vandaag.

's Avonds eten we alweer Europees. Dit keer bij restaurant Löwenbrau in de Rocks, waar we een gezellig avondje hebben aan een lange houten tafel tussen een Oostenrijks stel en een groep Australische meiden.

Dag 60: Sydney (NYE)
Als we vandaag aankomen in de stad, blijkt dat we er niet vroeg genoeg bij zijn om op de beste plek naar het vuurwerk te kijken vanavond. De rij voor Mrs. Macquarie's Point is lang. We staan er al ruim een half uur in als we horen dat we nog zo'n 5 uur te gaan hebben en dat we geen garantie hebben om ook echt binnen te komen.

Dat zien we niet zo zitten, dus kiezen we voor een minder druk alternatief: Dawes Point, naast het Opera House. Waar je wel de brug kunt zien, maar niet met het Opera House op de voorgrond. Ook goed. Hier zijn we zo binnen en het lukt ons ook nog om hapjes en drankjes mee naar binnen te smokkelen.

Wijn kun je hier per fles kopen en dat smaakt best lekker zo in het zonnetje. Maar het is pas 15.00 uur, dus we moeten nog heel lang. De volgende glazen gaan in iets minder snel tempo. En zo wachten we, zittend in het gras, rustig tot het 21.00 uur is geworden. Dan volgt een voorproefje op wat er rond middernacht staat te gebeuren: het familievuurwerk barst los. Speciaal voor alle mensen met kindertjes. Kun je ze mooi wijsmaken dat het al 12 uur is geweest, zodat je zelf in alle rust door kunt feesten, gnagna.

Het vuurwerk is helemaal te gek. Rik staat rustig al het moois te filmen, terwijl Erica is veranderd in een sentimenteel wrak en 20 minuten lang alleen maar staat te snotteren om 101 verschillende redenen, maar voornamelijk van geluk.

Voordat we aan de terugreis beginnen lopen we via Circular Quay en The Rocks naar de stad. Samen met 1,5 miljoen andere mensen die blij lijken te zijn dat het geen 2008 meer is.

Minstens de helft van die mensen blijkt net als wij met de trein naar huis te moeten en daar is het metrosysteem van Sydney niet op berekend. We brengen 3 uur door als sardientjes in blik voordat we Blacktown bereiken. Vanaf hier is het nog 20 kilometer naar de camping. Gelukkig staan er nog taxi's en hebben we net gehoord dat we een nieuwjaarscadeautje hebben gekregen van Rik z'n ouders.

Terug op de camping bellen we nog naar Assendelft, waar rond die tijd zo ongeveer net de televisie aangaat voor de oudejaarsconference. En om 5.30 uur liggen we dan eindelijk in bed.

Dag 61: Sydney (Vineyard)
Ondanks de hitte in de caravan houden we het tot 13.00 uur uit in bed. Katerig nemen we een ontbijtje op de camping en daarna stappen we toch maar weer in de trein naar de stad.

Daar gaan we op zoek naar een internetcafé om het laatste deel van de reis in kaart te gaan brengen. We hebben even overwogen om naar Tasmanië te gaan, maar daar is het maar 17 graden en dat is net even te koud. Bovendien zijn de boot- en vliegtickets naar Hobart in het hoogseizoen een beetje prijzig. We willen daarom weer een auto + tent bij Apollo huren, zodat we de zon kunnen volgen. Always take the weather with you, zong ooit een Australische band en dat idee staat ons wel aan. Heerlijk al die vrijheid ;-)

Dag 62: Sydney (Vineyard)
We zijn er vroeg bij vandaag, want er moet een boel worden geregeld. Te beginnen bij een extra nachtje op de camping, want waarschijnlijk kunnen we de huurauto vandaag nog niet meteen ophalen. Er volgt een aangename verrassing: we staan al voor de komende nacht in de boeken... foutje van ons of de campingbaas, het maakt niet uit, we zijn er blij mee.

Dan bellen we Apollo, het autoverhuurbedrijf en weer hebben we mazzel. We krijgen een vaste klantenkorting! Over vier dagen kunnen we de auto ophalen. We besluiten om dat niet op de camping af te wachten, maar om naar ons oude, vertrouwde hostel in Balmain te verhuizen. We moeten dan wel in een stapelbed, maar we zitten een stuk centraler.

Dag 63: Sydney (Balmain)
Ian de campingbaas brengt ons naar het station, dat scheelt weer een lopie. Een trein- en busreis later staan we in de parkeergarage van Balmain Backpackers, waar een bezemkast dienst doet als receptieruimte. De kamer is nog niet klaar, maar in de kast is ook nog wel een plekkie voor onze rugzakken, zodat wij een ontbijtje kunnen gaan halen. Dat laten we ons geen twee keer zeggen. We smeren hem naar de dichtstbijzijnde koffiebar voor een cappucino en een plak bananenbrood (Erica's nieuwste verslaving).

Daarna lopen we meteen maar weer door naar de ferry, waar we een Nederlandse dame tegenkomen die al 55 jaar in Nieuw-Zeeland woont en vaak tripjes naar Sydney maakt met grote cruiseschepen omdat ze van deze stad houdt en omdat haar geld op moet voordat ze zelf op is... Zo wil ik ook wel oud worden! Al is deze manier van leven niet voor iedereen weggelegd, haar man was van adel, dus waarschijnlijk is er genoeg geld om op te maken ;-)

Dan weer terug naar het hostel om de spulletjes op de kamer te zetten. Voor de verandering slapen we de komende nachten in een stapelbed. De kamer is een luxe versie van een 'dorm', want er staan hier maar 2 stapelbedden i.p.v. de meer gebruikelijke 3 of 6 of 12 in de grootste waar wij ooit in hebben geslapen).

En weer naar de stad om in een internetcafé wat achterstallig onderhoud aan onze weblog in te halen (het lijkt wel werk). Internetcafébezoekers, da's ook een verhaal apart. Dit café heeft enorme beeldschermen en uiterst comfortabele stoelen waarin ik serieus iemand heb zien zitten slapen met zijn mond open. Voor 2 dollar per uur (omgerekend 1 euro) is het natuurlijk een goedkoper alternatief dan een hostel ;-) De meeste mensen brengen hier uren en uren door met gamen. Dat gaat vaak in groepen, dus om je heen hoor je mensen over hun beeldscherm of door hun headset roepen: 'Get back! Behind you! They're coming in!' en meer van dat soort kreten. Eigenlijk best knap als je daar doorheen kunt slapen!

Als we 2 uur later bij de bushalte staan, krijgen we een vervelend SMS-je: Riks oma gaat vandaag overlijden.

Een paar dagen geleden hoorde we al dat het niet zo goed ging. Ze had een longontsteking en gezien haar broze gezondheid vreesden we toen al het ergste. Ze leek er echter weer bovenop de krabbelen, maar dat was dus van tijdelijke aard. We bellen naar huis om te weten te komen wat er precies aan de hand is en wat er gaat gebeuren. Zin om naar de slaapzaal te gaan, hebben we nog niet, dus we wandelen in gedachten verzonken door nachtelijk Balmain. Thuis lijkt ineens verder weg dan ooit.

Dag 64: Sydney (Balmain)
We worden gewekt door het verwachte telefoontje uit Nederland. Riks oma is een paar uur geleden overleden. Gelukkig ten midden van al haar kinderen en op een vredige manier. We troosten ons met de gedachte dat oma al jaren naar dit moment verlangde.

Omdat we allebei eigenlijk weinig zin hebben om op te staan, slapen we uit tot de middag. Vervolgens wandelen we langs de wekelijkse rommelmarkten op de hoofdstraat van Balmain. Terwijl we ontbijten, denken we na wat nu te doen: naar huis voor de crematie, of niet? Rik zal in zijn eentje moeten. Toen we de reisverzekering afsloten hebben we de polis daar al op nagelezen. De verzekering betaalt alleen tickets voor directe familie en hun wettige echtgenoten. Voor vertrek zijn we bij oma op bezoek geweest en hebben we heel bewust afscheid genomen. Je kon immers nooit weten...

We weten inmiddels dat de crematie aanstaande vrijdag is. Eerst de alarmcentrale maar eens bellen om te horen wat de mogelijkheden zijn. Een vriendelijke meneer gaat zijn uiterste best doen om ervoor te zorgen dat Rik vrijdag in Krommenie is. Uit de manier waarop hij zijn verhaal doet, merken we dat er toch een kans is, dat Erica mee kan. Dat horen we echter pas morgen.

We besluiten dat Rik sowieso alleen gaat. We vinden dit een typisch geval van: bij twijfel, doen. Zodat je later nergens spijt van krijgt. En omdat het alleen maar meer stress zou geven om nu in allerijl beslissingen te moeten maken over de auto en de bagage, blijft Erica in Sydney.

De rest van de middag vieren we dat we leven met wijntjes in het zonnetje aan de voet van the Opera House.

Dag 65: Sydney (Balmain)
De meneer van de alarmcentrale belt terug. Riks tickets liggen overmorgen klaar op het vliegveld van Sydney. Hij vliegt via Kuala Lumpur met Malaysian Airlines naar Amsterdam. Daar is hij op donderdagochtend, zodat hij vrijdag de crematie kan bijwonen. Zaterdag zit hij weer in het vliegtuig en dan is hij zondagavond plaatselijke tijd weer terug in Sydney.

Dag 66: Sydney (Balmain) -> Katoomba
Vandaag halen we de huurauto op. We hebben besloten dat we nog een nachtje gaan kamperen. Niet zo ver bij de stad vandaan natuurlijk, want Rik moet morgen om 12.00 uur op het vliegveld zijn.

Bij aankomst op de camping in de Blue Mountains blijkt dat we weer een incomplete tent hebben meegekregen. De vorige huurders schijnen deze te hebben kunnen vastzetten met slechts 3 haringen. Verder is er een stok stuk, zitten er gaten in de buitentent en... hij is klein! Ons nieuwe luchtbed past er niet eens goed in! Gelukkig is het vandaag nagenoeg windstil en we verwachten ook niet dat het vanavond gaat regenen, dus we wagen het er op.

Waarom zie je in Nederland zo weinig gerechten met pompoen? Ik ben er gek op! Vanavond eet ik de lekkerste salade ooit met warme pompoen, feta, pijnboompitten, zongedroogde tomaten en bladspinazie. Jummie! Daarna rijden we nog een rondje door de omgeving. De Blue Mountains danken hun naam aan de blauwachtige nevel de boven de eucalyptusbomen hangt. Het is er erg mooi.

Zonder dat we dat van tevoren wisten, blijkt onze camping vlakbij de Three Sisters: een rotsformatie die volgens de legende is ontstaan door de betovering van drie zussen, nadat ze ongehoorzaam waren geweest. Het is ook het eerste stukje Australische wildernis dat we zes jaar geleden zagen. We zijn net op tijd voor de zonsondergang. Bijzonder!

Dag 67: Katoomba -> Sydney (Newtown); dag 1 zonder Rik
Ruim op tijd zijn we vandaag op het vliegveld, waar Riks tickets zoals beloofd klaarliggen. Hij gaat dus echt naar huis. Slik. Ik had nog even stille hoop dat er misschien een foutje zou zijn gemaakt en dat het hele 'feest' niet door zou gaan. Dat zou natuurlijk ook niet fijn zijn, want in Nederland rekent iedereen inmiddels op zijn komst. Het afscheid is niet leuk.

Gelukkig heb ik een missie om mijn gedachten te verzetten. Ik rij nadat Rik door de douane is naar Apollo om eens lekker te zeuren over onze tent. Met succes! Trots als een ouwe aap rij ik weg met een gloednieuwe 4-persoonstent in de achterbak.

Vervolgens staat op het prioriteitenlijstje: mijn hostel vinden. Een zoektocht door de smalle straatjes van Newtown volgt. Het inparkeren is millimeterwerk, maar na vijf keer steken staat onze nieuwe knalblauwe Camry keurig in de parkeergarage. Ook maar weer gelukt.

Ik ga hou mezelf lekker bezig met een wandeling naar de stad (30 minuten) voor de administratie (gaap), boodschappen en diner. Ik voel me wel een beetje verloren zonder mijn reismaatje. Ik begin zelfs in mezelf te praten (afkicken na 2 maanden continue gezelschap).

Ik besluit om terug te lopen naar het hostel voordat het donker wordt, want dat smalle straatje zou 's avonds wel eens heel griezelig kunnen zijn. Het blijkt mee te vallen... het is maar een paar meter van een drukke winkelstraat.

's Nachts schrik ik wakker van mijn telefoon. Rik is veilig geland in Kuala Lumpur. Omdat het hostel beschikt over een gratis draadloze internetverbinding, kunnen we mooi nog even MSN-en, voor hij het volgende vliegtuig in moet.

Dag 68: Sydney (Newtown); dag 2 zonder Rik
Na het douchen ervaar ik nog een ongemak van alleen reizen: wie moet de rits van mijn jurkje nou dicht doen? Toch maar wat anders aan, dan... Vervolgens besluit ik mezelf te trakteren op een bezoek aan de pedicure en de kapper. En dan ga ik op jacht naar schoenen voor bij mijn nieuwe teennagels...

In de stad boek ik een duiktrip voor zondagmiddag. Zaterdag schijnt het weer wat beter te worden en dan wil ik naar het strand. Vandaag regent het trouwens en dat terwijl ik ervan overtuigd was dat het nooit regent in Sydney. Weer een illusie armer.

Met al dat gewinkel en al die verwennerij, voel ik me net een Gooische vrouw. Het enige dat ontbreekt is het glas wijn bij het eten. Het restaurant heeft geen licentie en in mijn eentje een fles halen bij de bottleshop gaat me toch echt te ver. Da's ook een ervaring: in je eentje uit eten. Dat had ik niet zo snel gedaan als de keuken in het hostel iets schoner en minder druk was geweest. Ik haal mijn laptop maar voor de dag om iets om handen te hebben. Laat ze maar denken dat ik restaurantrescensent ben, dan doen ze vast beter hun best op mijn eten ;-)

Rik is inmiddels thuis bij zijn ouders, een hele opluchting. Nog twee keer vliegen en dan is hij er weer. Het bewijs zie ik als ik terug ben op mijn kamer: lang leve Skype en een webcam...

Dag 69: Sydney (Newtown); dag 3 zonder Rik
Nog maar weer eens uitslapen, ondanks de goede voornemens om vandaag écht een stukje te gaan hardlopen. Morgen beter.

Na de gebruikelijke wandeling naar de stad (ik pas me snel aan) voel ik me helemaal 'metropolitan' als ik met mijn laptopje en mijn skim vanilla latte bij de Starbucks tussen de wolkenkrabbers het reisverslag zit bij te werken.

's Middags ga ik naar The Barracks Museum om de kou een beetje te ontvluchten (19 graden, wie heeft dat verzonnen?). In dit museum kun je zien hoe het leven van de Engelse gevangenen er uit heeft gezien die naar de strafkolonie waren verbannen. Ik vind het geen aanrader. De eerste verdieping is nog wel interessant. Daar is een expositie gaande over de boten met gevangenen die Engeland 2 eeuwen geleden rond de wereld had liggen (Amerika, Bermuda en gewoon op de Thames).

De tentoonstelling over het gebruik van het gebouw door de jaren heen kan me niet echt boeien. En de bovenste verdieping is echt een aanfluiting. Van de 4 vertrekken hangen er 2 vol met hangmatten, zodat je een idee krijgt van hoe de gevangenen hun nachten doorbrachten. Dat hadden ze ook met 1 kamer wel voor elkaar kunnen krijgen. Een andere zaal is helemaal leeg op tien silhouetten voor het raam na. Die zijn gemaakt volgens gegevens over lengte en gewicht uit de officiële boeken. Fascinerend? Niet echt.

Aan het eind van de middag installeer ik mezelf weer op een terrasje, want als Rik straks weer terug is wil ik helemaal bij zijn met dat $#@& verslag. Het kan ook wel wat minder uitvoerig, zegt Rik steeds, je maakt het jezelf ook niet makkelijk. Maar als ik eenmaal bezig ben, dan wil ik alles vertellen. Dan ben ik net een Aziaat met een camera: everything is important.

07 januari 2009

Korte update

Hier nog even een korte update tussen de reisverslagen door. Afgelopen zaterdag is Riks oma overleden. Heel verdrietig, maar voor oma zelf een opluchting. Ze zag de dood als verlossing van de pijn en kwalen waar ze al jaren door werd geplaagd.

Rik is momenteel onderweg naar Krommenie om de uitvaart bij te wonen. Zondagavond is hij weer terug in Sydney.

03 januari 2009

Hoezo inhaalslag?

Nieuwe foto's vind je in ons digtale album:
http://picasaweb.google.nl/ericavd/Australie2008Deel2#

Haaien, diepzeenaaktslakken en een schildpaddenkont

Dag 42: Kalgoorlie -> Geraldton
In Kalgoorlie worden we eindelijk weer eens wakker onder een strakblauwe hemel. Jammer genoeg kunnen we vandaag niet zo lang van het zonnetje genieten, want we brengen het grootste gedeelte van de dag weer door in de auto. We willen proberen om in Gin Gin terecht te komen, zo'n 100 kilometer ten noorden van Perth. Zodat we morgen 'nog maar' 1200 kilometer te gaan hebben naar Coral Bay.

De reis verloopt voorspoedig en als we om 16.00 uur Gin Gin binnenrijden, heeft Rik nog niet genoeg van het asfalt en scheurt hij gewoon door tot we om 20.00 uur even buiten het plaatsje Geraldton een camping vinden met een schitterend uitzicht over zee. We hebben natuurlijk geen zin meer om de tent op te zetten na zo'n lange dag, dus we betrekken vandaag een budgetcabin.

We zijn net op tijd voor een schitterende zonsondergang op de plek waar het onze voorouders minder goed verging. Voor deze kust zijn een paar eeuwen geleden maar liefst vier schepen van de VOC vergaan: de Batavia, de Vergulde Draeck, de Zuytdorp en de Zeewijk.

Rik kookt. Dat doet hij bijna elke avond. In ruil daarvoor zet Erica (als we kiezen voor hardcore kamperen) de tent op en breekt ze die ook weer af (letterlijk of figuurlijk, maakt niet uit). Bij gebrek aan boodschappen is het vandaag restjesdag: we maken het pannenkoekenmeel op en de nachochips en de salsasaus. Zodoende liggen we toch nog met redelijk gevulde maagjes op bed en blijven we ondanks de duurdere slaapplaats binnen het dagbudget.

Dag 43: Geraldton -> Coral Bay
We slapen lekker uit, want we willen optimaal genieten van onze fijne caravan. Daarna doen we boodschappen voor vijf dagen, want we weten inmiddels dat er in Coral Bay maar een winkel is die iets weg heeft van een supermarkt, alleen dan met minder aanbod en hogere prijzen.

En dan, 720 kilometer verder, zijn we weer terug op de plek waar we een paar dagen geleden besloten onze reis in een tijdelijke versnelling te brengen. We zoeken een fijne plek uit op de camping, zetten snel de tent op en terwijl Rik kookt, doet Erica haar huiswerk, zodat ze morgen goed voorbereid in de lesbanken zit.

Dag 44: Coral Bay
De volgende ochtend loopt Erica al vroeg met haar rugzakje met water, een appel, studieboek en pen langs het strand naar het duikcentrum. De groep blijkt uit 7 andere aspirant-duikers te bestaan, 6 Australiërs en Jennie uit Limburg. Haar vriend heeft zijn brevet al, dus zij is net als ik moederziel alleen in dit muffe lokaal. Drie keer raden wie de komende vier dagen mijn buddy is.

De andere studenten zal ik nog even kort omschrijven: Tiam (dreadlocks en megabruin) en Shelley (klein, petite en blond) uit Adelaide. Een jong stelletje, dat met een caravan op rondreis is door Australië. Ze zijn al een maand of 6 in Coral Bay, waar Tiam tourguide is bij het bedrijf waar wij eerder een quadsafari hebben gedaan. Shelley werkt in het bijbehorende winkeltje. Dan hebben we Katina (goedlachse brunette), ook min of meer een 'local', die in de plaatselijke pub werkt. Henrietta (knalrood kort haar) en Rynette (Aziatische stoere meid) komen uit Perth en zijn 'on a road trip'.

Tenslotte is er Veronica. Zij is 18 en een echte Coral Bay'er. Haar broer heeft hier een restaurant waar haar hele familie werkt. Ze heeft een mooie bruine ogen en ze draagt strakke kleren waar haar voluptueuze rondingen maar moeizaam in passen. Ze gedraagt zich een tikkie kinderlijk en haar stem past bij dat gedrag. Haar meest memorabele uitspraak: 'Is this how you spell Australia?'

Onze 'juf' heet Kate. Ze is lang, slank en draagt haar blonde haren in een vlecht. Ze heeft sproeten en doet me een beetje denken aan Pipi Langkous. Ik vind haar aardig. Ze is pas 23, maar heeft wel al 500 duiken gemaakt. Ze is net klaar met haar studie (milieukunde of zoiets) en nu wil ze een tijdje reizen en onderweg de kost verdienen als duikinstructeur. Dit is de 3e keer dat ze les geeft.

Goed, dan de lessen. De hoofdstukken die we thuis hebben gelezen, krijgen we nu nog eens uitgelegd in een film. Daarna bekijken we klassikaal de vragen die we als voorbereiding op vandaag hebben beantwoord en tenslotte krijgen we een lijst met tien meerkeuzevragen per hoofdstuk. Al met al wordt alle stof dus 4 keer behandeld.

Al snel blijkt dat Jennie net zo braaf haar huiswerk heeft gemaakt als ik, maar dat dat zeker niet voor iedereen geldt. Kate moet dus veel uitleggen en doet dat heel geduldig. Met name Veronica vraagt bij de meest voor de hand liggende dingen hoe het nou precies zit.

Als het theoriegedeelte er eindelijk op zit, gaan we de spullen klaarzetten, want na de lunch mogen we het water in. En dus zitten we twee uur later voorzien van een complete duikuitrusting 2 meter onder water op onze knietjes in de baai van Coral Bay. Om de beurt moeten allemaal oefeningen doen. We moeten Kate bijvoorbeeld laten zien dat we onze regulator (ademhaalapparaat) uit ons mond durven te halen en dat we ook weten hoe die er weer in moet.

Net als in het klaslokaal blijkt hier dat sommige mensen sneller weten wat er moet gebeuren dan anderen (alle oefeningen stonden namelijk ook allemaal al uitgelegd in het grote duikboek). Als we uiteindelijk om een uur of 18 in onze wetsuits over het strand terugstrompelen naar de duikschool, zijn we allemaal erg moe en hongerig.

Terug op de camping blijkt Rik zich vandaag te hebben vermaakt met een boek op het strand. Na het eten bellen we naar huis, want vandaag is in veel opzichten een bijzondere dag. Erica's vader is jarig!

Het zou fijn zijn om daarna lekker in de slaapzak te kruipen, maar er moeten nog tachtig bladzijden worden gelezen. Dapper installeert Erica zich in de auto, want het licht is verder overal op de camping al uit. Daar vermaakt ze zich tot diep in de nacht met de uitleg van de duiktabel en het verlenen van eerste hulp bij decompressieziekte.

Dag 45: Coral Bay
Tijdens het theoriegedeelte op dag 2 van de duikcursus blijkt dat bijna niemand moeite heeft gedaan om zich op de les van vandaag voor te bereiden. Op de middelbare hoorde ik steevast bij het nonchalante deel van de klas, maar vandaag heb ik alweer al mijn huiswerk af. Jennie trouwens ook, dus we ergeren ons de hele ochtend groen en geel aan met name Veronica en Rynette, die bij sommige onderdelen wel vier keer uitleg nodig hebben.

Aan het einde van het ochtendprogramma (dat door alle vertraging pas aan het begin van de middag is) volgt het examen: 50 vragen, 2 fout, dus geslaagd met vlag en wimpel. Jennie had maar 1 fout en daar was ik stiekem wel een beetje jaloers op. Daarna mogen we even snel lunchen en dan volgen de laatste lessen in 'beschut water'. Rik is naar het strand gekomen om me te bewonderen in mijn duikkostuum. Jeroen, de vriend van Jennie, was er ook, maar dan om foto's van haar te maken. De twee mannen konden het ook met elkaar vinden en besloten om gezellig samen biertjes te gaan drinken op de camping.

Ondertussen in het water blijken Rynette en Veronica wederom geen uitblinkers, maar Kate blijft geduldig en behulpzaam en legt keer op keer uit wat ze nou precies moeten doen. De rest van de groep zit in de tussentijd op de zeebodem. Ik kan je vertellen: na een paar uur is zelfs het Australische water ijskoud. En dat met een wetsuit aan.

Om een uur of 18.30 besluit Kate er voor vandaag een eind aan te breien. Maar we zijn nog lang niet klaar. Dat betekent dat we morgenochtend vroeg terug moeten komen om de rest van de oefeningen te doen.

Thuis aangekomen mogen Jennie en ik niet eerst even douchen van de jongens, want in de plaatselijke kroeg is het Happy Hour en dat mogen we niet missen! Het wordt een gezellig avondje met een boel wijntjes. Toch zijn de dames zo verstandig om op christelijke tijd terug naar de tent te gaan.

Dag 46: Coral Bay
Erica vraagt zich de eerste tien seconden van dag 46 af waarom haar telefoon zo vroeg op de ochtend zoveel geluid maakt. Dan volgt het besef dat ze er echt nu al uit moet. De kater bestaat uit een hoofd met watten en een maag met zuur en laat zich niet afschrikken door een warme douche.

Ook de koude zee kan er geen eind aan maken. We liggen om 7.00 uur weer in de baai. Kate heeft vandaag hulp van een andere duikinstructeur. We moeten opschieten, want moeten om 9.30 uur met de boot mee voor onze eerste duik in open water.

De nieuwe instructeur heeft flink de wind eronder en is een stuk minder geduldig dan Kate. Dat is niet erg. Eigenlijk vinden we het stiekem wel fijn dat met name Veronica en Rynette eens wat hardhandiger worden aangepakt. Helemaal niet erg als je dingen niet snapt, maar als je er geen enkele moeite voor doet, wordt het een ander verhaal.

Het mag echter niet baten. Om 10.00 uur zijn we pas klaar. De boot is inmiddels zonder ons vertrokken. We hebben daarom een extra lange lunchpauze en worden om 14.30 uur terug verwacht om alsnog het ruime sop te kiezen. Rik denkt: 'Ha, gezellig!' als hij mij zo vroeg alweer op de camping ziet verschijnen, maar hij komt bedrogen uit. Ik duik meteen de tent in om nog een uurtje te slapen.

's Middags is het dan zover! Voor het echie duiken. Een busje brengt ons naar de jetty (aanlegsteiger) van Coral Bay, waar we aan boord gaan van de boot die ons naar Lotties Lagoon zal brengen. We varen zo'n 20 minuten over de turquoise golven en dat vindt mijn maag niet zo'n goed idee. Als we voor anker gaan in de Lagoon, moeten we ons snel in onze uitrusting hijsen Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan, want de zee is aardig wild. Als we eenmaal in het woelige water liggen, moeten we eerst wat oefeningen aan de oppervlakte doen: zwemmen met een kompas en je buddy op sleeptouw meenemen rond de boot.

Als we helemaal uitgeput zijn van het vechten tegen de stroming en de golven, mogen we naar de bodem. Het zien van de kleurige visjes en dat surrealistische gevoel van onder water zijn, maakt een boel goed. We mogen eerst even rustig rondkijken en genieten van de gewichtloosheid en de rust, maar daarna moeten we echt weer aan de bak.

De oefeningen die we eerder in de baai hebben gedaan, moeten hier weer worden herhaald. Ook de oefening waarbij je je duikbril moet laten vollopen met water en dat er vervolgens weer uit zien te krijgen. In de baai ging dat allemaal goed, maar vandaag krijg ik het niet voor elkaar. Het zoute water bijt in mijn ogen en vindt een weg via mijn neus naar mijn mond. Ik probeer heel dapper rustig adem te blijven halen, maar ik moet boeren en mijn maag doet raar en mijn lichaam vindt het heel gek dat ik probeer door te ademen terwijl mijn neus vol water zit. Uiteindelijk weet ik Kate zover te krijgen dat ik morgen in de herkansing mag.

Als de oefeningen achter de rug zijn, doen we nog een rondje door Lotties Lagoon en dan zijn de luchtflessen leeg en is het tijd om weer naar de oppervlakte te gaan. Daar zien we dat Veronica niet mee heeft kunnen doen, omdat ze zeeziek was. Ze zal morgen alle oefeningen moeten inhalen.

Rik en Jeroen hebben elkaar helemaal gevonden en hebben de dag doorgebracht bij de tent met biertjes, muziek en goede gesprekken. Toch kookt Rik die avond een heerlijk kostje voor me, dat ik maar moeilijk wegkrijg na het duikbrilavontuur.

Dag 47: Coral Bay
Stikzenuwachtig ben ik op deze laatste dag van de duikcursus, want vandaag moet die bril weer vol met zeewater. Het houdt me zelfs 's nachts bezig, want ik heb alleen maar dromen over dingen die fout kunnen gaan tijdens het duiken. Gelukkig voel ik me beter dan gisterenochtend. Ik heb het idee dat het gebrek aan alcohol hier best wel eens iets mee te maken kan hebben ;-)

Op de boot blijkt het allemaal nog erger dan ik in eerste instantie had gedacht. Vandaag moet niet alleen de bril vol met water. Hij moet ook helemaal af en weer op, terwijl ik had begrepen dat we die opdracht niet zouden doen in open water...

Stil zit ik in mijn wetsuit naast Jennie en ik laat alle koekjes, snoepjes en stukken fruit die op de boot worden geserveerd aan me voorbij gaan. We zijn vandaag trouwens niet alleen op de boot, we delen het dek met ervaren duikers die het rif op eigen houtje gaan verkennen. Minder ruimte dus om je duikpak aan te trekken, maar gelukkig is de zee een stuk rustiger vandaag.

We beginnen de eerste duik weer met een stukje vrij zwemmen en rondkijken en ondanks het naderende onheil kan ik er van genieten. Het wordt steeds makkelijker om je te bewegen in het water, zonder dat je teveel naar de oppervlakte stijgt of te dicht bij de bodem komt. En omdat je daar minder aandacht aan hoeft te besteden, heb je meer tijd om te genieten van wat je allemaal om je heen ziet. We strijken na 20 minuten neer op de bodem en dan is het tijd voor de volgelopen duikbril. Echt blij wordt ik er nog niet van, maar het gaat een stuk beter dan gisteren en een paar minuten later sta ik euforisch op het dek van de boot.

Dan zetten we koers naar Coral Canyon voor de laatste duik van de dag. Deze plek is echt geweldig en doet zijn naam eer aan: alsof je in een berglandschap van koraal bent. Hoge wanden van koraal en nog meer vissen dan in Lotties Lagoon. Hier zitten bijvoorbeeld hele brutale, relatief kleine, witte vissen, die het niet leuk vinden als je te dichtbij komt. Katina zwom volgens een van die visjes te dicht langs zijn huis en moest dat bekopen met een kopstoot van die vis tegen haar duikbril. Verder zien we zeenaaktslakken met ongelooflijk felle kleuren. Ik ben helaas net te laat ter plaatse voor een glimp van een Eagle Ray.

Het uur van de waarheid nadert. Nog twee oefeningen staan tussen mij en mijn duikbrevet. Een Fin Pivot (waar je plat op de bodem ligt en je je ademhaling gebruikt om omhoog en omlaag te gaan) en de gevreesde briloefening.



Paniek om niks, blijkt achteraf. Zonder probleem trek ik de bril van mijn hoofd en ook het weer opzetten en het water eruit blazen gaat goed. Geslaagd! Net als iedereen in de groep trouwens. (Rynette na een herexamen en we verdenken Veronica van fraude ;-)

Dat moet natuurlijk worden gevierd en dus gaan we vanavond weer naar de pub, waar naar het schijnt ook een goeie band komt optreden. De band blijkt achteraf uit een man te bestaan waarvan we vermoeden dat we hem onlangs ergens op een straathoek hebben zien staan spelen. Maar het klinkt goed en het hele dorp is uitgelopen, dus de avond is top!

Op de terugweg naar huis komen we een Manchester United-fan die acht Australische brandweermannen probeert te overtuigen van het feit dat dit echt de beste club van de wereld is. Hij is stomdronken en laat zich overhalen om een kilometer hard te lopen op blote voeten om te bewijzen dat voetbal écht geen mietjessport is. (Als je ooit een Aussie Rules rugbywedstrijd hebt gezien, dan snap je waarom ze dat vinden in Australië. Daar gaan spelers pas het veld af als ze bloeden of als er botten uit ledematen steken en vallen ze niet om als ze door een andere speler worden aangeraakt).

Dag 48: Coral Bay
Na al dat studeren, vroeg opstaan en stressen van de afgelopen dagen, doen we het vandaag lekker rustig aan. 's Middags komen we pas een beetje in actie en gaan we op zoek naar haaien. Als je het strand van Coral Bay afloopt en je gaat op een gegeven moment de bocht om, kom je bij een andere baai die ze de shark sanctuary noemen. Hier kun je, als je het treft, haaien zien als die willen uitrusten van een dagje vissen verslinden en mensen bangmaken.

We treffen het niet, het uitzicht is fantastisch, maar er valt geen haai te bekennen. Terug op de camping bellen we naar het duikcentrum in Exmouth dat trips naar de Navy Pier organiseert. Dat is een van de tien mooiste duikplaatsen ter wereld, zeggen ze. Erica heeft besloten dat als ze dat ook wel wil proberen als ze binnenkort een tocht doen. Nu treffen we het wel: de Navy Pier staat voor morgen op het programma en er is nog plaats!

Dan gaan we nog even naar het stadje met de auto. Even schrikken we, want hij wil niet meer starten. Waarschijnlijk omdat een of andere mafkees een halve nacht had zitten lezen met het licht aan. Gelukkig doet hij het naar drie keer proberen toch en maken we noodgedwongen een ritje rond Coral Bay, zodat de accu weer lekker vol zit.

Dag 49: Coral Bay -> Exmouth
Lekker vroeg vertrekken we vandaag naar Exmouth, dat bij Coral Bay om de hoek ligt (140 km). We hadden al eerder onderzoek gedaan naar de goedkoopste camping (zie ook dag 26), dus we weten waar we de tent gaan opzetten. Maar eerst kloppen we aan bij Ningaloo Reef Dreaming om de trip naar de Navy Pier te betalen.

De man bij het duikcentrum (type: relnicht) lijkt redelijk op zijn pik getrapt omdat ik mijn duikbrevet niet bij hem heb gehaald. Een korting zit er dus niet in, hoewel we de trip naar Muiron Islands ook bij deze maatschappij hebben gedaan. 'Als je hier je cursus had gedaan, had je gratis op de Pier mogen duiken', zegt hij vals.

Vervolgens vraagt hij om mijn duiklogboek, kijkt er een tijdje naar, klikt met zijn tong, zegt 'Tsss', laat het aan een collega zien, mompelt iets en geeft het terug aan mij. 'Is er iets mis?', vraag ik. 'Niet echt mis, maar je hebt nooit dieper dan 12 meter gedoken', antwoordt hij. 'Ja, en?', zeg ik stoer. 'Nou, strikt genomen mag ik je dan niet meenemen, want je moet in je opleiding 18 meter hebben gedoken. Je gaat vandaag naar 14 meter, hoor', en hij kijkt me doordringend aan, waarschijnlijk om te kijken of ik nu bang wordt. Hij kan echter zo slecht toneelspelen dat ik het eerder lachwekkend vind. 'Waarom heb ik nog nooit van die regel gehoord?', vraag ik nog. 'Dat is een Australische regel, maar ik zet je gewoon op de lijst hoor. Tot vanmiddag!' roept hij en hij heeft het ineens heel druk. Een bezoekje aan het andere duikcentrum van Exmouth bevestigt wat ik al dacht: de regel van de relnicht bestaat helemaal niet.

Omdat ik inmiddels weet dat de zee in Exmouth erg ruig kan zijn, haal ik pilletjes tegen zeeziekte bij de plaatselijke apotheek. Die blijk ik achteraf niet nodig te hebben, want we gaan gewoon met de bus! We zijn met een gezellig klein groepje: 8 man in totaal. Mijn buddy vandaag is Vida, een meisje uit Quebec dat ook nog niet zo heel lang duikt. Verder gaat er een instructeur mee naar beneden, dus zijn niet helemaal aan elkaar overgeleverd.

Eerst krijgen we uitgebreide instructies. De pier ligt op het terrein van de Australische marine dat nog steeds wordt gebruikt voor de communicatie met onderzeeboten. Iedereen moet zich kunnen identificeren bij de poort, je mag niet langer onder water blijven dan 40 minuten en je mag niet dieper dan 14 meter. Katie (een van de twee instructeurs, die ik nog ken van de vorige trip) legt vervolgens uit hoe de pier in elkaar steekt en wat je beneden allemaal zou kunnen tegenkomen. Dan gaan we de spullen pakken en is het tijd om te gaan.

Eenmaal op de pier, blijkt het te water gaan al een heel avontuur. We moeten van de pier afspringen en de zee kom je pas een meter of 2 lager tegen. Als iedereen gesprongen is, kunnen we naar beneden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want ik heb geloof ik niet genoeg gewichten mee gekregen... Uiteindelijk bereik ook ik de bodem en kunnen we gaan. Het zicht is zo'n meter of 7 (voor deze locatie erg goed). Dat zorgt in combinatie met de stellage waaraan allemaal koraal kleeft voor een spookachtig beeld.

We volgen duikinstructeur Andrew die ons rond en door de pier leidt. Soms moeten we onder dwarsbalken door zwemmen, soms eroverheen en je moet oppassen dat je niets aanraakt, want dan beschadig je het koraal of je hebt straks een jeukplek. Dat is geen sinecure als je al moeite moet doen om steeds weer omlaag te zwemmen, in plaats van dat je gewoon blijft drijven.

Ondanks dat geniet ik met volle teugen van al die vissen die we onderweg tegenkomen. Ze zijn hier een stuk groter en minder kleurrijk dan in Coral Bay. Ik heb ze niet allemaal onthouden, maar er waren bijvoorbeeld Barracuda's en grote witte vissen met volle lippen (Sweetlips), bolle, ronde vissen en een geelachtige, beetje bolle rog met blauwe stippen (Blue Spotted Fantail).


Op een gegeven moment zwemmen we onder een dwarsbalk door en zien we op de bodem, zo'n 3 meter onder ons, een stuk of 4 rifhaaien (white tip reefsharks).


Dan voel je de adrenaline wel door je lichaam gieren hoor. Ze gunnen ons geen blik waardig, waarschijnlijk liggen ze gewoon te slapen. Gelukkig maar, want dit is al spannend genoeg!

Ik blijf problemen houden met beneden blijven en na een tijd steeds weer moeite doen om terug te zwemmen richting bodem, ben ik plotseling de groep en mijn buddy kwijt. Ik besluit naar de oppervlakte te zwemmen. Gelukkig ben ik niet ver van de plek waar we te water zijn gegaan. Daar staat Katie, die me gelukkig wat meer gewichten kan geven. Andrew komt me halen en het tweede deel van de eerste duik verloopt een stuk relaxter.

Tussen de twee duiken door hebben we drie kwartier de tijd om even bij te komen, verhalen uit te wisselen en (niet geheel onbelangrijk) onze uitrusting aan te sluiten op een nieuwe tank met lucht. Het drijvend zwemmen gaat tijdens de tweede duik perfect, dus ik kan al mijn aandacht op mijn omgeving richting. Overal waar je kijkt, is leven. Dit keer komen we twee wakkere haaien tegen, die wederom weinig trek hebben in duiker ;-) Op de laatste plek die we aandoen vinden we nog wat kleurige naaktzeeslakken,


kleurige kleinere visjes en een white eyed moray eel.

Helemaal vol van mijn avontuur kom ik terug op de camping, waar Rik in geen velden of wegen te bekennen is. Hij is er met de buurvrouw vandoor. De buurman is gelukkig ook mee. José en Mathieu heten ze en we kennen ze nog van de vorige camping toen ze naast ons stonden. Ze zijn aan het snorkelen. Dat hoor ik als ze terugkomen en vanavond gaan we met zijn vieren schildpadden spotten met een biertje op het strand.

Aangekomen bij het schildpaddenstrand, blijkt er net een gratis (!) georganiseerde expeditie te vertrekken. Deze wordt geleid door medewerkers en vrijwilligers van het Australische ministerie van natuurbeheer. Zij nemen hun werk erg serieus (logisch) dus de biertjes blijven in de auto. We sluipen met nog een stuk of 20 toeristen over het pikdonkere strand, want van licht raken schildpadden in de war. We hebben strikte instructie over wat te doen als je een schildpad ziet. Dan doe je: stop, drop, rock (stilstaan, jezelf laten vallen in een comfortabele positie en zo stil als een steen blijven zitten).

In Australische voorlichtingscampagnes worden vaker van dit soort slogans gebruikt. Wat dacht je van Slip, Slop, Slap: Slip on a shirt, Slop on sunscreen and Slap on a hat (filmpje!). Die is om mensen te waarschuwen voor de gevaren van de zon. Of Stop, Revive, Survive waarmee je op het hart wordt gedrukt om toch vooral iedere 2 uur te pauzeren als je lange afstanden rijdt (filmpje, met dr. Karl Kruszelnicki!). En dan is er nog een briljant spotje om te voorkomen dat er kindertjes verdrinken in het zwembad in je tuin: Kids Alive: Do The Five! Fence the pool, lock the gate, teach your kids to swim, It's great! Supervise, watch your mate and learn how to resuscitate (= mond-op-mond beademen). Vroeger speelde Steve Irwin daarin mee, maar ze hebben nu een nieuwe versie (filmpje, en allemaal meezingen! Heerlijk he, die knullige reclames?)

Goed. Nadat we met z'n allen een meter of 100 over het strand hadden geslopen, zag de leidster van de groep iets in de verte dat ofwel een rots, ofwel een schildpad zou kunnen zijn. Zij ging op onderzoek en wij moesten blijven waar we waren. Na 30 minuten kwam ze terug met het nieuws dat het inderdaad een schildpad was die van de zee naar de duinen onderweg was om een nest te gaan bouwen. Schildpadden staan er natuurlijk niet om bekend dat ze zo lekker doorlopen, dus we moesten nog een half uur geduld hebben.

Daarna ging de leidster weer poolshoogte nemen. Wederom positieve berichten toen ze terug kwam, de schildpad was begonnen met voorbereidingen op het nestelen. Dat houdt in dat de schildpad een kuil graaft waar ze lekker in kan liggen terwijl ze het nest verder afmaakt. Dit neemt meestal een minuut of 40 in beslag. Zo ook vandaag, terwijl wij 100 meter verderop rustig zaten te wachten op wat komen gaat.

Daarna volgt de tweede fase van het nestelproces. De schildpad ligt helemaal op haar gemakkie en maakt het nest nog dieper door met haar achterpoten zand opzij te duwen. Op het moment dat ze daarmee bezig is, heeft ze weinig aandacht meer voor wat er om zich heen gebeurt. Dat betekent dat wij 2 aan 2 door de leidster worden opgehaald om de schildpad van achteren te besluipen en te kijken wat ze aan het doen is. Rik en Mathieu zijn inmiddels terug naar de auto, maar José en ik hebben geduldig op onze beurt gewacht. We mogen als derde met de leidster mee en even later liggen we op 2 meter afstand naar de kont van een nestelende schildpad te kijken. Je maakt wat mee in Australië!

Nadat wij aan de beurt zijn geweest, is de schildpad ineens opgehouden met graven. Nee, dat heeft niets met ons te maken. Tijdens het graven komen schildpadden er pas achter of de plek en de samenstelling van het zand wel goed genoeg is voor de 100 eieren die ze gemiddeld per keer leggen. Dat was hier dus schijnbaar niet het geval. Het is inmiddels te laat geworden om op zoek te gaan naar een nieuwe schildpad of om af te wachten wat deze nu gaat doen. De expeditie is over en maar wij hebben op de valreep toch maar mooi een schildpad gezien.